Geen echtbreuk plegen
Economische echtbreuk plegen we als we ingaan op de eindeloosheid van onze
opgefokte behoeften waaronder onze authentieke behoeften ondergesneeuwd
raken. Geen echtbreuk plegen betekent een rem zetten op het consu-meren
(van alles altijd meer) en welbewust gaan consu-minderen (genoegen nemen
met de vervulling van alleen de echte behoeften en daar ook ons genoegen in
vinden).
Niet stelen
Dit verbod trekt de aandacht op de verhouding tussen de doeleinden en de
middelen van het economisch bedrijf. Almaar grotere welvaart is geen doel
maar een middel: een middel voor groeiend welzijn. De arbeid is niet alleen
een middel, we moeten hem ook zien als een doel: levensvervulling, dit is
welzijn, door kwalitatief zinvol werk. Geen diefstal plegen betekent: steel
geen doeleinden door ze te herleiden tot middelen voor doeleinden die er
eigenlijk geen zijn. Offer je psychisch inkomen (arbeidsvreugde,
gezinsgeluk) niet op aan een zo hoog mogelijk materieel inkomen. En mensen
behandel je nooit als middel.
Geen vals getuigenis geven
Een vals getuigenis komt neer op liegen over de ware toedracht der dingen.
Het is valse behoeften voorstellen als echte, wat waarde heeft verwisselen
voor wat alleen nuttig is, in de reclame geen verschil maken tussen nuttige
informatie en pure verleiding. Geen vals getuigenis geven betekent dat je
andere mensen, en ook jezelf, niet bedriegt.
Eer uw vader en uw moeder
Er zijn levensbelangrijke dingen die je niet kunt kopen en waarmee je
geen handel drijft. Ze verdienen geëerd te worden zoals je je vader en moeder
eert. Betuig meer respect voor het dagelijkse werken van de huismoeder of
huisvader, geef het de waarde die het verdient. Respecteer zorg behoevende
bejaarden, respecteer natuurreservaten. Plak op dat alles niet onmiddellijk
zomaar een prijs door met bejaardeninstellingen af te komen met een
mogelijk loon voor thuiswerkende huismoeders or huisvaders,. met kosten
batenanalyses bij het neerpoten van bungalowparken in natuurreservaten. Het
zal duidelijk zijn dat dit lijstje met veel andere voorbeelden kan worden
aangevuld.
Kort besluit van de spreker: "Misschien gaat pas op deze manier de deur
weer open voor een wereld waar mensen genieten van de ware zin van hun
leven. Zo wordt een zinvolle wereld mogelijk die ophoudt van het
spirituele - zeg maar van God een soort taboe te maken."
Dominicaanse mensen
De deelnemers aan de ontmoetingsdag gingen naar huis na een afsluitend
gebed, of juister, een korte bezinning in de vorm van een parafrase van het
bekende loflied van Paulus op de liefde.
"Al spreek ik woorden van heiligen en waardevolle mensen, als ik er
met mijn hart niet bij ben, klinken ze hol.
Al ken ik een brok psychologie, al ben ik thuis in vergader- en preek
technieken, als ik er met mijn hart niet bij ben, baat het me niets.
Al is de inzet in zoveel groeperingen, en ook in de dominicaanse familie,
mijn leven, en zwoeg ik van 's morgens tot 's avonds, als ik er met mijn
hart niet bij ben, is alles verloren.
Een dominicaanse mens heeft een lange adem, is geduldig, houdt
het uit, kan wachten, ... In zich draagt hij de tijd.
Een dominicaanse mens blaast zich niet op, leeft niet voortdurend in dromen
en fantasieën, maar 'ziet' de zwakken in de samenleving en treedt hen
tegemoet, ten koste van zichzelf. Hij overdrijft niet maar mikt op het
mogelijke: wat kan er hier en nu?
Een Dominicaanse mens laat zich niet prikkelen tot toorn of verbittering; hij neemt niet vlug iets kwalijk,
is niet snel beledigd, maar eenvoudig goed.
Een dominicaanse mens voelt zich volledig zichzelf, waar liefde waarheid
heet en waar liefde in waarheid gebeurt.
Hij blijft geloven in mensen, staat altijd klaar om vertrouwen te schenken, ontdekt onvermoede mogelijkheden en bevestigt elk goed
initiatief.
Een dominicaanse mens blijft hopen spijts alle tegenslag en spreekt
onvermoede krachten en reserves aan, bij zichzelf en bij anderen, zodat
het onmogelijke mogelijk wordt.
Een dominicaanse mens zal zich laven aan de Bron van het leven:
God die liefde is."
De globalisering en haar slachtoffers
'Economie en ethiek' stond ook op de agenda van het vormingsprogramma 2005
van de DFV. Op haar algemene vergadering van oktober werden de resultaten
ervan besproken aan de hand van het studiewerk in de groep Knokke. Twee
rapporten werden gepresenteerd: over 'Ethiek en geweten' (Maria
Wittevrongel) en over 'Ethiek en globalisering' (Georges Devinck).
Hier volgt een uittreksel uit het rapport van G. Devinck
Met haar boek De stille overname is Noreena Hertz verleden jaar in veel
landen op de voorgrond getreden als een van de prominente critici van de
neoliberale globalisering. Ze maakt zich, kort gezegd, vooral zorgen over
de groeiende macht van de grote, multinationale ondernemingen die bezig
zijn wereldwijd de staatsmacht over te nemen en de democratie die wij
kennen alsmaar verder buitenspel zetten.
Er zijn ingrepen nodig, zegt
Hertz, om die scheefgroei van de macht te corrigeren en komaf te maken met
ontzettend ongelijke verdeling van de gestegen welvaart, van de
mogelijkheden en de middelen voor een menswaardig leven. Want wat de
neoliberale ideologie ons wil doen geloven, klopt niet. Het is niet waar
dat de groeiende welvaart van de rijken vanzelf zal 'doorsijpelen' naar de
armen bij ons en de arme landen van de derde wereld. Er moeten wegen en
middelen gevonden worden om de macht van de multinationale industriële
reuzen onder te schikken aan de politieke beslissingsmacht, binnen de
nationale staten en op het internationale vlak. Hertz noemt dit een
noodzakelijke 'revitalisering van democratie', in het belang en voor het
welzijn van de hele wereldbevolking.
We mogen bij dit alles onze eigen macht niet onderschatten. Bedrijven zijn
gevoeliger voor het gedrag van consumenten die hun producten moeten kopen
dan van nieuwe wetgeving van regeringen die uit hun handen eten. Politici
zijn afhankelijk van hun kiezers. Hertz beschrijft mooie voorbeelden van
een goed gericht gebruik van deze macht.
De conclusie van haar boek kunnen we als volgt samenvatten.
Regeringen rekenen op het
bedrijfsleven om problemen op te lossen, waar ze daartoe zelf niet in staat
zijn. Er zijn derdewereldlanden waar grote ondernemingen beter zorgen voor
de armen dan de zwakke en vaak corrupte politieke overheden. Maar politieke
afhankelijkheid van op eigen gewin gerichte bedrijven blijft een
gevaarlijke zaak. Politieke leiders schieten te kort als ze geen voeling
hebben met hun kiezers en vergeten dat mensen niet langer een wereld willen
steunen die alleen maar gaat over groeitempo en particuliere
kapitaalstromen. Op die manier tekenen ze op termijn hun eigen doodsvonnis.
Ooit waren er de grote depressie in de jaren dertig, de opkomst van het
fascisme en de tweede wereldoorlog voor nodig om ons te dwingen onze
mondiale zaken beter te doordenken. Het bedrijfsleven noch de politiek
kunnen overleven zonder de steun van het publiek. We hebben dus een
machtige positie, we kunnen ons verenigen en aandringen op veranderingen
die iets doen aan de kwalijke gevolgen van de globalisering. Als
consumenten kunnen we onze regeringen duidelijk maken dat er een einde moet
komen aan de 'liefdesrelatie' van overheid en grote ondernemingen. De
overheid moet ons ten slotte een product aanbieden dat het waard is om
gekocht te worden, anders gaan we liever protesteren dan stemmen.
Een vervolg
De gedachtewisseling over het 'christelijk perspectief' dat door G. Devinck
aan de hand van de parabel van de barmhartige Samaritaan was getekend,
resulteerde in een concreet besluit. In naam van de hele groep wordt een
brief geschreven naar senator Sabine de Bethune om in te spelen op haar
toelichting bij het commissieverslag over de millenniumdoelstellingen, met
name de armoedebestrijding in de wereld. De brief vraagt dat ze haar
collega's zou aansporen om in de gewenste richting meer druk uit te oefenen
op het regeringsbeleid en de Europese Commissie. Ze zou ook samen met haar
christelijk geïnspireerde collega's de christelijke dimensie van de hele
problematiek sterker kunnen behartigen. De bedoeling is deze brief ook naar
de media te versturen.