Ja- en neen-woorden
We kunnen niet zeggen dat Jezus zijn levensloop zorgvuldig heeft gepland.
Hij was niet meer zo jong toen hij bewust naar een godsplaats van zijn joodse traditie
is gestapt. Daar kwam hij thuis bij de profetische teksten van Jesaja en de psalmgebeden.
Door zorgvuldige overweging werden woorden van God zijn eigen woorden.
Johannes de Doper werd zijn begeleider. Door hem liet hij zich
onderdompelen in de Jordaan. Hij kwam uit dit doopwater als 'zoon van de
Vader'. Daar gaf hij zijn ja-woord op
zijn roeping.
Als wij ons spiegelen aan Jezus, staan we voor de volgende vragen:
-
Waar ligt mijn Jordaan?
-
Wie is mijn Johannes de Doper?
-
Welk woord van God is mijn woord?
Jezus is door de woestijn moeten gaan om zijn roeping af te vechten op de
bekoringen waarmee ieder mens krijgt af te rekenen. Hij heeft zijn
beslissende neen-woorden gesproken:
tegen verslavend bezit,
tegen de verleidingen van de macht.
tegen de zucht naar roem en eer.
Wat ons betreft:
- Waar ligt mijn woestijn?
- Welke zijn mijn bekoringen?
- Zeg ik neen, en hoe doe ik dat?
Bevrijdend optreden
Wat Jezus' bevrijdend optreden inhield, heeft de spreker duidelijk gemaakt
aan de hand van een aantal voorbeelden.

De overspelige vrouw (Johannes, 8,1-11)
Als wetsgetrouwe jood moest Jezus deze vrouw schuldig verklaren en
laten straffen. Maar dit ging lijnrecht in tegen zijn roeping. Hij steeg
uit boven de wet. Hij bracht de farizeeën tot erkenning van hun eigen
zondigheid, zonder hen te beschuldigen. Hij zei niet dat de vrouw geen
schuld trof, maar veroordeelde haar niet en opende voor haar een nieuwe
toekomst.
Genezing van een blindgeboren man (Johannes,9)
De man had zelf geen schuld zijn ziekte, en ook zijn ouders niet. Zijn
genezing betekende dus niet dat zijn schuld werd vergeving. Ze toonde hoe
door Jezus God aan het werk was en hield de boodschap in dat we 'de daden
van hem die mij gezonden heeft moeten verrichten". Dat Jezus hier
metterdaad toonde hoe hij het 'licht van de wereld' was, heeft de joodse
autoriteiten tegen hem in het harnas gejaagd.
De werkers van het elfde uur (Matteüs 20,1-16)
Dit is een van de meest aanstootgevende parabels van Jezus. Hij beeldt uit
hoe God en ook hijzelf anders is dan mensen zich voorstellen. Hij
weigert het menselijke vergeldingsdenken. Hij meet niet
met de maten die mensen gewend zijn te gebruiken en daagt hen uit daar
lessen voor eigen gedrag uit te trekken.
Het Nieuwe Verbond
God is
door het kruis niet veranderd. Jezus besliste in vrijheid af te dalen in
het diepste duister ('de hel') van de mens. Door God aanwezig te brengen in eigen hel, houdt de
hel op te bestaan.
Afdalen in eigen hel hoeven we niet meer
alleen te doen. Christus gaat ons voor.
Jezus heeft geweigerd slachtoffer te zijn is niet binnengetreden in
slachtoffertaal Hij veroordeelde
zijn Vader niet die hem als misdadiger heeft laten sterven. Hij
veroordeelde ook zichzelf niet. Maar evenmin zijn vijanden, noch diegenen
die hem gedood hebben. 'Heb je vijanden lief', heeft hij gezegd en dat zelf
getoond. Hij heeft geleerd wat het wil zeggen: 'Ik wil liever
barmhartigheid dan offers'.
Wat ons betreft:
- We varen wel door een gezonde plaats aan eigen beperktheid te geven.
- We moeten ons een nieuw taalgebruik eigen maken: niet beschuldigend, maar
bevestigend in de waarheid.
- De weg die we moeten gaan is die van de geweldloosheid in al haar vormen
