| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 30 mei - Drievuldigheidszondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Timothy Radcliffe, ex-magister van de dominicanenorde,
heeft enkele maanden geleden in een lezing voor het Christen forum Limburg
zijn talrijke toehoorders verrast doen opkijken toen hij verklaarde dat de
leer over Gods drievuldigheid het grootste geschenk is dat christenen onze
wereld van vandaag kunnen aanbieden. Er is geen menselijk wezen, zei hij,
dat niet zoekt om een ander lief te hebben. Voor de meeste mensen is het
de zin van hun leven. De liefde waar we allemaal naar op zoek zijn is
drievuldigheidsliefde: een liefde van volkomen gelijkwaardigheid, vrij van
elke dominantie of manipulatie. Het is de liefde waarin de Vader alles aan
de Zoon geeft, zelfs goddelijkheid en gelijkheid.
Als een tiener voor het eerst verliefd is, is dat het
begin van de zoektocht naar 'drievuldigheid'. Als ouders leren van hun
kinderen te houden en hen te helpen op de lange weg naar volwassenheid, is
dat 'drievuldigheidsliefde' in actie.
Een god die alleen maar een eenling zou zijn, gevangen
in eeuwige alleenheid vóór de schepping van de wereld, zou misschien wel
op ons gesteld kunnen zijn, maar hij zou niet van ons kunnen houden in de
christelijke zin: we zouden immers nooit worden opgeheven tot gelijkheid.
Zo'n god zou ons misschien gaarne zien zoals wij onze hond gaarne zien.
Maar de God in wie wij geloven is geen eenling. God is de liefde waarin de
Vader door de Geest aan de Zoon gelijkheid en goddelijkheid geeft.
Christenen leven vandaag in een hard tijdsklimaat. Ze
worden argwanend en zelfs agressief bejegend. Op bussen in
Groot-Brittannië staat de slogan 'Er is waarschijnlijk geen God. Stop dus
met piekeren en geniet van het leven'. De opdracht die Jezus volgens het
Matteüsevangelie (28,19) aan zijn leerlingen heeft gegeven: op weg te
gaan en mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige
Geest, wordt door onze sceptische tijdgenoten van de hand gewezen als het
opleggen van onze vooroordelen en ons bekrompen geloof aan andere mensen.
We moeten ons daartegen verdedigen. Maar we mogen niet
toegeven aan de bekoring om ons terug te trekken in een getto waarbinnen
we de katholieke cultuur van het verleden proberen te herscheppen. Ons
opsluiten in knusse gemeenschappen van gelijkgezinden waar we onze
overtuigingen delen en dezelfde christelijke taal spreken. Dan lopen we
het risico op termijn uit te sterven. Maar even verderfelijk zou het zijn
dat we ons zodanig assimileren aan de samenleving dat we er helemaal in
opgaan. Dan worden we meegespoeld door de seculiere afvoerpijp.
Er is maar één manier om als christenen te gedijen.
We moeten een krachtige christelijke cultuur in leven houden, zelfbewust
en vitaal, maar in een dynamische wisselwerking met de eigentijdse
cultuur.
De kerk leeft zoals een levenskrachtige boom. Hij
groeit en bloeit door zijn wisselwerking met zijn omgeving. De blaren
krijgen zonlicht en zetten dat om in suikers. De wortels graven in de
diepte naar voedsel en water. De schors is zijn onmisbare huid. De boom
bestaat op zichzelf natuurlijk, maar leeft maar in veelvuldige
wisselwerking met wat hij zelf niet is: zon, regen, en nu en dan een
portie vogelpoep! Hermetisch van de wereld afgesloten zou hij sterven. Het
christendom zal bloeien als het in dynamische interactie staat met onze
seculiere cultuur. Zoals een boom zal het moeten actief zijn aan zijn
randen, op die plaatsen en punten waar het in wisselwerking staat met de
omgevende wereld.
Als dus de boom van de Kerk levenskrachtig wil zijn,
moeten we over de Drievuldigheid praten met onze tijdgenoten, en erover
leren van hen, zelfs als ze geen christen zijn. We moeten de romans lezen,
naar de films kijken, naar de songs luisteren van hen die de liefde het
best verstaan, los van de vraag of ze christenen zijn of niet. Maar het
belangrijkste is natuurlijk dat we metterdaad tonen hoe het geloof in de
drie-ene God voor ons het mooiste geschenk is dat het 'goede nieuws' van
het evangelie ons heeft gegeven. Dat we de drievuldigheidsliefde
metterdaad in praktijk brengen.
B.J. De Clercq o.p. |
| |