| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 3 januari - Openbaring |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Wie erover beschikt zal vandaag het kerststalletje in
de woonkamer verrijken met de beeldjes van de drie koningen, waarvan de
huidskleur de komaf uit verschillende contreien weerspiegelt. Door hen
immers wordt de profetie van Jesaja die wij in de eerste lezing hoorden
vervuld: koningen trekken op naar Jeruzalem en ze voeren goud en wierook
aan.
Toch brengt het nieuwe testament enige verandering
aan Jesaja's voorspelling. Het evangelie spreekt niet van koningen, maar
van wijzen. Het is niet de aardse roem van de stad Jeruzalem die hen op
weg zet, maar een ster uit de hemel, een goddelijk teken dus, zij
brengen niet alleen goud en wierook mee, maar ook mirre dat als reukwerk
ook voor begrafenissen werd gebruikt. En van Jeruzalem, waar koning
Herodes troonde, worden ze door kenners van de Schrift naar Bethlehem
verwezen.
En wat vinden ze daar? Geen koning in een paleis,
maar een boorling in een stal. En die zal, naar de schriftlezers vonden,
herder zijn van Gods volk. De ‘epifanie’, de openbaring van God neemt
hier toch wel een heel bijzondere gestalte aan. Ze is dan ook
onbegrijpelijk voor wie niet gelooft. Slechts wie als de wijzen zijn
blik naar de hemel richt en daar het antwoord wil lezen op zijn vragen,
zal weten dat de sterrenglans boven een mensenkind blijft staan, dat
dààr de ‘pasgeboren koning der Joden’ ligt.
Maar het geloof in dat mensenkind, leert ons meteen
dat Gods volk niet alleen Israël is waarvoor, naar Jesaja's eerste
interpretatie vreemde vorsten zouden buigen, maar dat alle mensen van
goede wil tot dat volk behoren. Paulus zei het ons in de tweede lezing:
alle mensen worden medeleden, mededeelgenoten van de belofte door middel
van het evangelie, van de blijde boodschap dus, die Christus bracht.
Alle mensen, naties en grenzen overtreffend, worden één volk waarbij
geen koning tegenover een ander staat.
Pilatus vroeg nog aan Jezus: Zijt gij de koning der
Joden? Maar Jezus verklaart hem: Mijn koningschap is niet van deze
wereld. In de eenvoud van de kerststal vinden aarde en hemel elkaar en
wat op aarde van macht en overheersing leeft – denk maar aan de
moordende krachttoer van Herodes om de aangekondigde koning uit de weg
te ruimen -, zal moeten inboeten voor een rijk van vrede en
verstandhouding. Mogen allen één zijn, was Jezus' bede op het einde van
zijn menselijk verblijf onder ons.
Die oproep tot eenheid brengt ons vandaag ook Kongo
in herinnering, een land dat wij ooit als kolonie bestuurden, maar waar
onze missionarissen toch ruimte kregen om het evangelie te brengen, en
dat nu door burgeroorlogen en ziekten wordt bedreigd. De jaarlijkse
omhaling voor Afrika, die wij vandaag houden, zal dit jaar in het
bijzonder besteed woorden aan de bestrijding van de aids die Kongo
bedreigt. Brengen wij ons gevoel van eenheid en gelijkheid onder de
mensen tot stand door Missio daarvoor te steunen.
Maar die oproep tot eenheid en dat eenvoudig
menselijk verschijnen van Hem die onze Heer en hemelse Koning is, kleurt
ook onze onderlinge verstandhouding hier. Wij weten dat wij elkanders
broers en zusters zijn, dat geen onder als mens meer waarde heeft dan de
andere, maar dat in elkeen Gods bedoeling leeft en zich tracht waar te
maken. Laten wij die weet ook beleven, en in onze nieuwjaarswensen
oprecht het beste voor elkander wensen.
Jezus is gekomen als de Emmanuel, dat wil zeggen:
God-met-ons. Hoe kunnen wij van God zijn als wij niet mèt elkander
kunnen zijn?
Goede vrienden, ik wens U
namens heel onze gemeenschap dat 2010 U gelukkige dagen mag brengen en
dat U de God-met-ons voelbaar bij U aanwezig mag weten.
Joris Backeljauw o.p. |
| |