Dominicanen Leuven Zondagspreken
  3 januari  - Openbaring Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 60-1-6
Efesiërs 3,2-6
Matteüs 2,1-12

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Emmanuel: God-met-ons


Wie erover beschikt zal vandaag het kerststalletje in de woonkamer verrijken met de beeldjes van de drie koningen, waarvan de huidskleur de komaf uit verschillende contreien weerspiegelt. Door hen immers wordt de profetie van Jesaja die wij in de eerste lezing hoorden vervuld: koningen trekken op naar Jeruzalem en ze voeren goud en wierook aan.

Toch brengt het nieuwe testament enige verandering aan Jesaja's voorspelling. Het evangelie spreekt niet van koningen, maar van wijzen. Het is niet de aardse roem van de stad Jeruzalem die hen op weg zet, maar een ster uit de hemel, een goddelijk teken dus, zij brengen niet alleen goud en wierook mee, maar ook mirre dat als reukwerk ook voor begrafenissen werd gebruikt. En van Jeruzalem, waar koning Herodes troonde, worden ze door kenners van de Schrift naar Bethlehem verwezen.

En wat vinden ze daar? Geen koning in een paleis, maar een boorling in een stal. En die zal, naar de schriftlezers vonden, herder zijn van Gods volk. De ‘epifanie’, de openbaring van God neemt hier toch wel een heel bijzondere gestalte aan. Ze is dan ook onbegrijpelijk voor wie niet gelooft. Slechts wie als de wijzen zijn blik naar de hemel richt en daar het antwoord wil lezen op zijn vragen, zal weten dat de sterrenglans boven een mensenkind blijft staan, dat dààr de ‘pasgeboren koning der Joden’ ligt.

Maar het geloof in dat mensenkind, leert ons meteen dat Gods volk niet alleen Israël is waarvoor, naar Jesaja's eerste interpretatie vreemde vorsten zouden buigen, maar dat alle mensen van goede wil tot dat volk behoren. Paulus zei het ons in de tweede lezing: alle mensen worden medeleden, mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie, van de blijde boodschap dus, die Christus bracht. Alle mensen, naties en grenzen overtreffend, worden één volk waarbij geen koning tegenover een ander staat.

Pilatus vroeg nog aan Jezus: Zijt gij de koning der Joden? Maar Jezus verklaart hem: Mijn koningschap is niet van deze wereld. In de eenvoud van de kerststal vinden aarde en hemel elkaar en wat op aarde van macht en overheersing leeft – denk maar aan de moordende krachttoer van Herodes om de aangekondigde koning uit de weg te ruimen -, zal moeten inboeten voor een rijk van vrede en verstandhouding. Mogen allen één zijn, was Jezus' bede op het einde van zijn menselijk verblijf onder ons.

Die oproep tot eenheid brengt ons vandaag ook Kongo in herinnering, een land dat wij ooit als kolonie bestuurden, maar waar onze missionarissen toch ruimte kregen om het evangelie te brengen, en dat nu door burgeroorlogen en ziekten wordt bedreigd. De jaarlijkse omhaling voor Afrika, die wij vandaag houden, zal dit jaar in het bijzonder besteed woorden aan de bestrijding van de aids die Kongo bedreigt. Brengen wij ons gevoel van eenheid en gelijkheid onder de mensen tot stand door Missio daarvoor te steunen.

Maar die oproep tot eenheid en dat eenvoudig menselijk verschijnen van Hem die onze Heer en hemelse Koning is, kleurt ook onze onderlinge verstandhouding hier. Wij weten dat wij elkanders broers en zusters zijn, dat geen onder als mens meer waarde heeft dan de andere, maar dat in elkeen Gods bedoeling leeft en zich tracht waar te maken. Laten wij die weet ook beleven, en in onze nieuwjaarswensen oprecht het beste voor elkander wensen.

Jezus is gekomen als de Emmanuel, dat wil zeggen: God-met-ons. Hoe kunnen wij van God zijn als wij niet mèt elkander kunnen zijn?

Goede vrienden, ik wens U namens heel onze gemeenschap dat 2010 U gelukkige dagen mag brengen en dat U de God-met-ons voelbaar bij U aanwezig mag weten.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug