| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 17 januari - tweede zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden
De lezingen vandaag doen er geen doekjes om: liefde tussen mensen is zo
bijzonder dat God zijn verhouding tot de mensen dikwijls ziet in beelden
van bruidegom en bruid, met de bruiloft als een feest. In de Bijbel
treft men ontelbaar veel teksten aan die het huwelijk zien als iets dat
zelfs boven het menselijk aspect uitstijgt. In het Jodendom wordt het
huwelijk gebruikt als beeld voor de relatie tussen God en mens.
Het evangelie vertelt vandaag over de bruiloft
van Kana en het eerste wonder dat Jezus daar verrichtte: Hij veranderde
water in wijn. Deze gebeurtenis heeft een veel diepere betekenis dan we
op het eerste gezicht vermoeden. Het is niet zozeer een spectaculair
wonder als wel een teken. Het ‘be-tekent’ iets, het verwijst naar
iets diepers en openbaart ons veel over de persoon van Jezus.
Johannes noemt het gebeuren in Kana inderdaad een ‘teken’.
In zijn evangelie vertelt hij over zeven tekenen van Jezus. Vandaag gaat
het om het teken waarin water tot wijn wordt op de bruiloft te Kana.
Verder in zijn evangelie heeft hij het nog over zes andere tekenen: de
genezing van de zoon van een heiden, een lamme die weer kan gaan, de
spijziging van de vijfduizend toehoorders, Jezus gaande over het meer,
een blinde die ziet en de dode Lazarus die tot leven teruggeroepen wordt.
In tegenstelling tot de andere evangelisten verbindt Johannes de
tekenverhalen met een redevoering van Jezus of, zoals vandaag het geval
is, met een gesprek van Jezus met anderen, waarin de betekenis van het
teken wordt uiteengezet. De tekenen worden verteld om inzicht te geven
in wie Jezus is voor wie dat wil zien.
Aan het begin van het verhaal wordt Jezus beschreven
als gast, als genodigde van het bruidspaar. In de loop van het verhaal
verandert Hij door zijn optreden van gast in gastheer: Hij biedt de wijn
op de bruiloft te Kana aan. Rond de kruiken wijn wijst Johannes op een
symboliek die voor zijn tijdgenoten duidelijk was: met Jezus is de
doorbraak van het Nieuwe Verbond een feit. Er is namelijk sprake over
zes kruiken water. In het Jodendom is zeven een getal dat verwijst naar
voltooiing, naar volmaaktheid. De zes kruiken verwijzen naar het Oude
Verbond. Er is sprake van twee soorten wijn: deze die eerst geschonken
wordt en opgeraakt, en de door Jezus geschonken wijn. In het rabbijnse
Jodendom was wijn het symbool van de Tora, van de Wet. De eerste wijn op
het bruiloftsfeest was goed, wat kan worden afgeleid uit de opmerking
van de bedienden: "Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer
men eenmaal goed gedronken heeft de mindere. U hebt de goede wijn tot nu
toe bewaard." De Tora was goed. De tweede wijn was echter in dit
geval beter: in Jezus was de Tora tot leven gekomen.
God is de schepper van hemel en aarde, het volk is
zijn schepping. Het bruiloftsfeest waar het teken in Kana voor een
nieuwe schepping staat, krijgt zijn hoogtepunt bij het opdienen van de
tweede wijn. Uit de eerste lezing is op te maken dat de relatie van God
tot zijn volk, door de profeten bezongen als de relatie tussen bruidegom
en bruid, verkild was. Dat is de schuld van de bruid, zegt Jesaja, de
schuld van het volk dat ontrouw was geworden. Maar God kan het zo niet
laten. Hij neemt het initiatief en zoekt toenadering: "Men noemt u
niet langer Verstotene, en uw land niet langer Verlatene, maar gij zult
heten: mijjn Welbehagen, en uw land: Gehuwde; want Jahwe heeft welbehagen
in u, en uw land wordt gehuwd. Zoals een jongeman een meisje huwt, zo
zal Hij, die u opbouwt, u huwen; en zoals een bruidegom blij is met zijn
bruid zal God zich verblijden om u."
Om die reden wordt er veel aandacht besteed aan de
bedienden. Zij doen wat Jezus zegt, wat Hij hen opdraagt. Zo komt er
beweging in het gebeuren dat aanvankelijk lijkt vast te lopen. Jezus is
de bruidegom, het volk de bruid. Het mag drinken van de tweede wijn, het
Nieuwe Verbond. Op de vraag van Maria, zijn Moeder, antwoordt Jezus
eerst dat zijn uur nog niet gekomen is. Johannes laat in het verhaal
duidelijk verstaan dat, als diens uur gekomen is, Jezus zorgt voor
overvloed.
Hij is namens God de bruidegom. De bruidegom komt tot
de bruid, opdat de bruid tot de bruidegom komt, in Hem gelooft en Hem
trouw blijft. Zoals het huwelijksverbond tussen twee mensen de plaats is
waarin ze elkaar de veiligheid schenken om in deze verwarrende,
veeleisende en vermoeiende wereld overeind te blijven, zo is de relatie
tussen God en mens een relatie van trouw en zorgzaamheid bij vallen en
opstaan. Beide relaties worden op een trouwfeest bijna paradijselijk
bezegeld: de mooiste dag van het leven, op het bruiloftsfeest te Kana,
of bij elk ander trouwfeest. Telkens vraagt die relatie een verdere
uitbouw en vraagt ze inspanning. Wie van een ander houdt, ervaart de
werkelijkheid als een paradijs. Maar een paradijs krijgt je niet cadeau,
daar moet je hard aan werken. Trouwen is een werkwoord.
Wim Schreyen o.p. |
| |