| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 10 januari - Doop van Jezus |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden
Als we de geschiedenis van Israël kennen, kunnen we
ons geen meer hoopgevende tekst inbeelden dan die van Jesaja. Israël is
in ballingschap in Baylonië en de profeet zegt van Godswege het volk aan
dat ze in al hun ellende toch mogen hopen op bevrijding. De lucht hangt
vol verwachting. Zo zal de bevrijding uit de ballingschap de Joden in
het geheugen blijven hangen en in hun hart gegrift blijven. Jesaja zegt
met niet mis te verstane woorden dat de Heer hen zal weiden en als
lammeren tegen zijn boezem zal drukken. Is er een mooier beeld dat
vertrouwen inboezemt? Het is voor de Joden een breekpunt in de
geschiedenis. De hoop, dat kleine meisje, zoals Pégy dat noemt, wordt
werkelijkheid. In ons eigen levend terugkijkend hebben we wellicht ook
intense keerpunten meegemaakt die littekens zijn in onze levensloop en
die ons maken tot wie we eigenlijk zijn: heel unieke mensen. Die
keerpunten kunnen intense vreugde geweest zijn, maar evengoed pijnlijk
verlies. En dan zien we dat Jezus in de rij meeschuifelt naar
die Dopende Johannes. En alleen van hem wordt er verteld dat hij na de
doop in gebed was. Met het verhaal dat de hemel op dat gebed van Jezus
antwoordt met en een duidelijk iets: ‘Deze Jezus is diegene die zo nauw
verbonden is met mij Jahweh, dat je hem moet volgen want deze is mijn
Zoon. Dan breekt een nieuwe tijd aan’. Niet om niet zegt Johannes dat er
iemand na hem komt die met vurige Geest dopen zal. In dat doopsel van
Jezus krijgen we zicht op wie die zoon van de timmerman eigenlijk is. In
de daglezingen van de voorbij week na het feest van de Openbaring van de
Heer werd steeds aangegeven dat die Jezus de afschaduwing van de liefde
van de Vader was.
"God is liefde": zo klonk het bijna elke dag uit de
brieven van Sint-Jan. En heel concreet hoorden we in de
evangelielezingen wat zulke liefde kan doen: genezingen, de hongerigen
voedsel geven in de broodvermenigvuldiging, melaatsen genezen enz..
Vandaag in dit feest wordt duidelijk vanwaar de kracht van die Jezus
eigenlijk vandaan komt: van Jahweh zelf: Jezus is zijn welbeminde Zoon.
Door dit doopsel schuift Jezus binnen in de lange rij van degenen die
heil willen en zich daarom bekeren. Maar bovendien wordt duidelijk dat
Hij diegene is die moet nagevolgd worden: hij is de verpersoonlijking
van Gods heilswil voor de mensen.
Kan dit nu concreet voor ons iets betekenen? Ooit
zijn we gedoopt en dit was de aanzet van een leven in het voetspoor van
Jezus. Wellicht lagen we toen te huilen in het doopselkleed dat al
verscheidene generaties meeging. Er bestaan groepen die zich wederdopers
noemen omdat ze het doopsel herhalen op latere leeftijd. Hoe dan ook:
voor ieder van ons moet er regelmatig een vorm van herdoopsel zijn: een
moment waarop we concreet de levenslijn van Jezus opnieuw proberen te
volgen. Concreter kan ik niet worden: het is een zaak van
iedere gedoopte de eigen plekken te vinden waar de christelijke slijtage
te veel zichtbaar wordt en waar men zichzelf herdopen moet. Christelijke
slijtage is er zeker te vinden op onze ellebogen als we net dààrmee
teveel handelen. Maar ‘eelt op de handen’ omwille van inzet voor anderen
is het waarmerk van doorheen het doopwater getrokken zijn. Díé eelt is
zeker geen slijtage!
Het feest vandaag laat ons de goddelijke stempel zien
op het levenspaspoort van Jezus. Eigenlijk ook een beetje op ons leven.
A. Vaganée o.p.
|
| |