Dominicanen Leuven Zondagspreken
   10 januari  - Doop van Jezus Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 40, 1-5,9-11
Lucas 3,15-16.21-22

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Herdoopt


Goede vrienden

Als we de geschiedenis van Israël kennen, kunnen we ons geen meer hoopgevende tekst inbeelden dan die van Jesaja. Israël is in ballingschap in Baylonië en de profeet zegt van Godswege het volk aan dat ze in al hun ellende toch mogen hopen op bevrijding. De lucht hangt vol verwachting. Zo zal de bevrijding uit de ballingschap de Joden in het geheugen blijven hangen en in hun hart gegrift blijven. Jesaja zegt met niet mis te verstane woorden dat de Heer hen zal weiden en als lammeren tegen zijn boezem zal drukken. Is er een mooier beeld dat vertrouwen inboezemt? Het is voor de Joden een breekpunt in de geschiedenis. De hoop, dat kleine meisje, zoals Pégy dat noemt, wordt werkelijkheid. In ons eigen levend terugkijkend hebben we wellicht ook intense keerpunten meegemaakt die littekens zijn in onze levensloop en die ons maken tot wie we eigenlijk zijn: heel unieke mensen. Die keerpunten kunnen intense vreugde geweest zijn, maar evengoed pijnlijk verlies.
In elk geval: sommige gebeurtenissen raken niet onder het stof van de vergetelheid. En hopelijk hadden we dan ook een soort Jesaja naast ons die ons met zekere hand leidde op een verdere weg onder het licht van een duidelijke hoop. Klaarblijkelijk zijn er golven in onze geschiedenis: van gevangenschap naar bevrijding en dan weer naar verdrukking.
Want ten tijde van Jezus is het volk weer onder de druk van een vreemde Romeinse heerschappij en kijkt het uit naar een nieuwe Messias. Johannes, zoon van Elisabeth en Zacharias, heeft duidelijk de tekenen van een nieuw soort Jesaja: hij kondigt bij de Jordaan verlossing en bevrijding aan. Maar tevens zegt hij dat die nieuwe tijd niet komt als men zich niet bekeert en zich dopen laat. Doopsel dat verwijst naar de doortocht door de Rode Zee, veel vroeger, en waarna de Joden na lange tijd in de woestijn van bekering toch in dat beloofde Land aankomen.
Zich laten dopen door Johannes betekende dat men opnieuw duidelijk wilde leven volgens de wet die mensen bevrijdt en die duidelijk geformuleerd werd door diezelfde Jesaja: "Aan armen een blijde boodschap brengen, aan gevangenen (ook aan mensen die in zichzelf gevangen zijn) vrijheid bekend maken, en verdrukten laten gaan in vrijheid ". De mensen die zich lieten dopen wilden een soort transformatie ondergaan, een nieuw breekpunt beleven, en dat doopsel als een soort nieuw breekpunt in de eigen geschiedenis zien: komaf maken met een verleden waarin men zich inderdaad te weinig aan die andere verdrukten gelegen liet.

En dan zien we dat Jezus in de rij meeschuifelt naar die Dopende Johannes. En alleen van hem wordt er verteld dat hij na de doop in gebed was. Met het verhaal dat de hemel op dat gebed van Jezus antwoordt met en een duidelijk iets: ‘Deze Jezus is diegene die zo nauw verbonden is met mij Jahweh, dat je hem moet volgen want deze is mijn Zoon. Dan breekt een nieuwe tijd aan’. Niet om niet zegt Johannes dat er iemand na hem komt die met vurige Geest dopen zal. In dat doopsel van Jezus krijgen we zicht op wie die zoon van de timmerman eigenlijk is. In de daglezingen van de voorbij week na het feest van de Openbaring van de Heer werd steeds aangegeven dat die Jezus de afschaduwing van de liefde van de Vader was.

"God is liefde": zo klonk het bijna elke dag uit de brieven van Sint-Jan. En heel concreet hoorden we in de evangelielezingen wat zulke liefde kan doen: genezingen, de hongerigen voedsel geven in de broodvermenigvuldiging, melaatsen genezen enz.. Vandaag in dit feest wordt duidelijk vanwaar de kracht van die Jezus eigenlijk vandaan komt: van Jahweh zelf: Jezus is zijn welbeminde Zoon. Door dit doopsel schuift Jezus binnen in de lange rij van degenen die heil willen en zich daarom bekeren. Maar bovendien wordt duidelijk dat Hij diegene is die moet nagevolgd worden: hij is de verpersoonlijking van Gods heilswil voor de mensen.

Kan dit nu concreet voor ons iets betekenen? Ooit zijn we gedoopt en dit was de aanzet van een leven in het voetspoor van Jezus. Wellicht lagen we toen te huilen in het doopselkleed dat al verscheidene generaties meeging. Er bestaan groepen die zich wederdopers noemen omdat ze het doopsel herhalen op latere leeftijd. Hoe dan ook: voor ieder van ons moet er regelmatig een vorm van herdoopsel zijn: een moment waarop we concreet de levenslijn van Jezus opnieuw proberen te volgen.
Want dat betekent doopsel: doorheen het water getrokken worden, ondergedompeld, tot de Jezusclub. Ondergedompeld worden we zeker. Soms in oneindig verdriet dat ons de adem afsnijdt. Soms ondergedompeld in totale onmacht om aan situaties in eigen leven of in de grote wereld iets te veranderen. Maar ook ondergedompeld in de kracht van de Geest die Jezus bezielde. En die maakt dat de breekbare hoop niet uit ons leven verdwijnt. Gedoopten spreken met mensen waarmee precies niet te spreken valt, luisteren oneindig lang naar pijnlijke levensverhalen die nooit een einde schijnen te krijgen.
Gedoopten komen op tegen onrecht, in de kleine kring, in de grote wereld al is dat soms met bijna onmogelijke middelen. Maar zichzelf bekeren tot vergiffenis geven aan de mensen die ons negeren, die ons wat pesten, die achter onze rug wat negatiefs over ons vertellen: het is de onmiddellijke uitdrukking van het gedoopt zijn in Jezus. Barmhartigheid en vergiffenis: tweelingbroeders of –zusters die te maken hebben met leven zoals de Welbeminde Zoon.

Concreter kan ik niet worden: het is een zaak van iedere gedoopte de eigen plekken te vinden waar de christelijke slijtage te veel zichtbaar wordt en waar men zichzelf herdopen moet. Christelijke slijtage is er zeker te vinden op onze ellebogen als we net dààrmee teveel handelen. Maar ‘eelt op de handen’ omwille van inzet voor anderen is het waarmerk van doorheen het doopwater getrokken zijn. Díé eelt is zeker geen slijtage!

Het feest vandaag laat ons de goddelijke stempel zien op het levenspaspoort van Jezus. Eigenlijk ook een beetje op ons leven.

A. Vaganée  o.p.

 
   Terug