| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 29 november - eerste advents zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden,
Opnieuw Advent. Goed dat de liturgie telkens opnieuw
de cirkel trekt zodat we kunnen verwijlen bij de hoofdpunten van ons
christen zijn. Nu kijken we uit naar de Kerst, de geboorte van Jezus die
voor ons, gelovigen, hét voorbeeld is van omgaan met mensen,
maatschappij en wereld, en dat héél uniek gedragen door de Heer, zijn
en onze God.
Vreemd genoeg geeft de evangelielezing van Lucas ons
niet veel in handen om met vreugde de vier komende weken door te komen.
Het is een verhaal van onheil en van angst. Net iets van alle tijden.
Van toen en nu! Ook vandaag lijkt oorlog, misbruik van mensen, geweld
en eigenbelang de vulling van onze dagen te zijn. Onzekerheid over de
dag van morgen omdat er duizenden banen sneuvelen en de hoofdzetels van
multinationals meer en meer naar het buitenland verhuizen: men spreekt
over ‘sociale bloedbaden’! Je krijgt de indruk dat het eigenlijk
nooit anders geweest is. Hoe kan je dan rond het mooie adventslicht
staan?
En dan heb je in de eerste lezing de tekst van de
klaagprofeet bij uitstek: Jeremia. Wonder genoeg komt hij, in
tegenstelling van wat we zouden verwachten, met een boodschap van heil:
"Er zal iemand komen die het land eerlijk en rechtvaardig bestuurt
en de stad waarin Hij woont zal heten: Heer, onze gerechtigheid."
Je kan je afvragen of de liturgie ons vandaag niet
bij de neus neemt en ons met verwarde gevoelens weer de weg van alle dag
op stuurt en ons zelf de krijtlijnen van een goede advent laat
uittekenen. Of zou het niet eerder zo zijn dat de twee lezingen
fundamentele ervaringen van de gelovige mens belichten? De ervaring van
kwaad, schijnbare zinloosheid en nutteloosheid. En tegelijkertijd de
bijna onzichtbare ertegen aan leunende houding van gelovige moed. We
kunnen geen echte christenen zijn als er geen soort onverklaarbare moed
in ons hart schuil gaat. Niet-gelovigen verwijten ons soms naïef
optimisme. En geven we maar toe dat er diep in eigen gelovig hart
donkere slierten van aarzeling zijn als we rondom ons kijken. Advent
roept ons op om vanuit onblusbaar verlangen naar gerechtigheid mee te
werken aan een stad die ooit heten zal: ‘De Heer, onze gerechtigheid’.
Hoe je het draait of keert: christenen zijn heel realistische
naïevelingen. Mensen die, zoals bij Jeremia, de donkerte aanvoelen
maar de helheid van het Licht niet vergeten zijn.
Nooit zal er een rechtvaardige wereld zijn als
mensen geen handlangers van God zijn. Vrome bidders zijn maar vrome
bidders als ze werkhanden vol eelt hebben, want aan vechten tegen
armoede schaaf je je handen en ziel kapot. Moet ik ook nog de ‘sans papiers’ opnoemen? En
zoveel anderen?
Zijn dat dan de blijde adventsoverwegingen die ons
naar een zalige Kerst moeten leiden? Hoe we het draaien of keren: we
kunnen er niet onder uit om ons de dwaze hoop van Jeremia eigen te
maken en te proberen ‘armoede weg te werken’. Anders kunnen we ‘onze
hoofden niet omhoog heffen’ zoals Lucas dat vraagt. Wanneer we Jezus
in het evangelie horen vragen aan zijn leerlingen ‘dat ze waakzaam
zouden zijn’, dan is dit zeker niet alleen om reeds vanaf nu het
volle Licht te aanschouwen. Wel dat we spits alert blijven voor een
wereld die het getuigenis van onze onverwoestbare hoop broodnodig
heeft en merkt dat die heilige Hoop ons handen geeft om wat goeds op
te bouwen.
De twee lezingen hebben ons op de juiste lijn
gebracht: tegelijk zien wat er allemaal nog moet gedaan worden en
tevens de Hoop ontsloten van waaruit we het aandurven te werken.
Veel romantiek is er aan Advent niet te beleven.
Een adventskrans is helemaal geen romantiek maar dient om er ons aan
te herinneren dat we het licht van de zorg voor anderen niet mogen
doven. Deze eerst kaars mag en moet lang blijven nabranden: ze is het
begin van een adventskrans waarop de lichtjes niet meer te tellen zijn
omdat ‘verlossing nabij is’: zo zegt de evangelielezing. Of in
woorden van deze tijd: ‘verlossing’ zal er zijn als woorden zoals
armoede, uitbuiting, geweld, oorlog, discriminatie, en verkrachting,
enkel te vinden zijn in woordenboeken die je alleen kan raadplegen in
‘musea van de prehistorie’.
En, niet te geloven bijna: zeggen dat die tijd
écht komt: daarom vieren we gelovig samen deze advent!
A. Vaganée o.p.
|
| |