Dominicanen Leuven Zondagspreken
  7 juni - feest van Gods drie-eenheid Afdrukken
 

Lezingen:



Deuronomium 4,32-40
Romeinen 8,14-17
Matteüs 28,16-20

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Delen in Gods drie-eenheid


Goede Vrienden,
Wanneer de koning een decreet uitvaardigt, begint hij met de woorden: "Wij, Albert, koning der Belgen". Dat 'wij' noemen wij een pluralis maiestatis: het moet de waardigheid van de koning boven ons allen tot uitdrukking brengen. Maar toch klinkt mij dat 'wij' veel gemoedelijker dan wanneer Albert zou zeggen, 'Ik, Albert, verklaar hierbij'. Dat zou hem, naar mijn gevoelen, veel meer op een afstandelijke sokkel plaatsen. Het 'wij' doet warmer aan, zet hem in een soort gemeenschap met ons allen.

Als er iemand is die boven ons allen staat, dan ik het wel God. En in het oude testament horen wij hem door de mond van zijn profeten zeggen: "Ik ben Jahwe"! Dat afstandsbesef was nodig om hem te erkennen. Maar ook dan al, drukt hij zijn zorg uit voor zijn volk, dat hij liefheeft en door de geschiedenis leidt. En Jesaja laat de Heer zeggen: "Kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs als zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit" (Jesaja 49,15).
Want God is liefde. En liefde uit zich, baart wederliefde, brengt een geest van eenheid mee. Reeds in zichzelf is God dus een "wij", dat wij naargelang van de nadruk op oorsprong, gevolg en eenheidsband, de namen geven van Vader, Zoon en Heilige Geest.

Nu noemen wij de Vader de oorsprong, dus ook: de Schepper van hemel en aarde, zoals dat in de geloofsbelijdenis verwoord wordt. Maar ook hier gaat het om een schepping van liefde. En tussen hem en de mens – naar zijn beeld, als man en vrouw, als op elkaar aangewezen dus, geschapen – is er een aanbod van liefde dat ons toelaat hem Vader (of Moeder) te noemen. Ook hier is het zijn Geest die ons tot zijn kinderen maakt, zoals dat voorbeeldig en in de volste zin van het woord gestalte kreeg in Jezus van Nazaret.

Het 'wij' dat God in zichzelf draagt omdat hij liefde is, deelt hij dus ook met ons. In Jezus gaf hij zijn medemenselijkheid een voelbare gestalte. Maar die Jezus zegt ons, dat wij tot mede-goddelijkheid geroepen zijn, als wij ons naar zijn voorbeeld door de Geest laten leiden, als wij ons, met andere woorden, zelf openstellen om mee te werken met die God die zich aan ons openbaart. Want Hij is een God, die in Jezus' menselijke nabijheid, mèt ons is 'tot aan de voleinding der wereld, zoals in het evangelie wordt gezegd.
Jezus is dan ook de weg die naar de Vader leidt en onze gebeden verrichten wij 'door Christus onze Heer'. Daarom noemen wij ons dan ook terecht 'christenen'. Het is dan ook niet zonder reden dat wij, bij het toetreden tot de kerkgemeenschap – de gemeenschap van de kinderen Gods rond Jezus Christus – worden gedoopt 'in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest', opdat ons leven, vanuit een delen in Gods liefdegemeenschap, die liefde zou uitdragen over het stukje wereld dat ons wordt toevertrouwd. Vandaar dat Jezus kon zeggen: "Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn" (Johannes 13,35).

Het feest van de Drie-enheid wordt dan ook een feest voor ons allen, waarin we ons geluk uitzingen omdat God ons lief heeft en ons zijn liefde schenkt om elkander lief te hebben.
Het 'mysterie' van de drievuldigheid is geen 'raadsel' om ons verstand op te breken, maar een 'geheim' van het hart, waarin wij mogen binnentreden. En in dat binnentreden wijkt alle angst voor Gods grootheid, alle gevoel van slaafsheid, zoals Sint-Paulus schreef aan de Romeinen. Want het maakt plaats voor het blije deelgenootschap van kinderen, die leven onder de zekerheid van Gods ouderlijke steun; het stelt ons in staat zijn Geest op te nemen die in ons tot voltooiing zal brengen wat God met ons voorhad toen hij ons het leven gaf.

Moge dit feest ons dan ook een diepe vreugde schenken en ons helpen elkander als broers en zussen te zien van elkaar, die samen met Jezus opgaan naar de heerlijkheid waarin God alles in allen zal zijn.

Joris Backeljauw o.p.
 

 
   Terug