| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 17 mei - zesde paaszondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Jezus wordt vaak voorgesteld als een profeet die de wet
overtrad, of beter gezegd, als iemand die de wet, de tradities en
structuren bevrijdend interpreteerde. Volgens de hogepriesters, de Sadduceeën en Farizeeën
nam Jezus een loopje met de joodse wetten: Zo de sabbatwet: op de sabbat
genas hij zieken; zo de vastenwet: zijn leerlingen aten wanneer ze honger
hadden; en de reinheidswetten: hij raakte melaatsen en andere onreine
mensen aan. Zondaars en tollenaars wilde hij niet uitsluiten omdat hij
overtuigd was dat geen enkele mens zonder zonden is. Immers niemand is in
staat de 613 (365 verboden+248 geboden) bepalingen van de wet te
onderhouden. De joodse religieuze leiders vergaten regelmatig dat ze
eerder Gods barmhartigheid en rechtvaardigheid moesten preken dan wel het
uitvaardigen en het toezicht houden op allerlei mogelijke wetten. Ook in
onze katholieke kerk was men dit vergeten. Gelukkig heeft paus Johannes
XXIII een frisse wind laten waaien door het tweede Vaticaanse concilie
bijeen te roepen. Door het bijeenroepen van het tweede Vaticaanse
concilie heeft de paus waarlijk een Tsunami of een grote aardbeving
veroorzaakt. Sommige mensen betreuren dit ten zeerste, maar anderen vinden
dat men hierdoor weer opnieuw kan bouwen op het fundament dat Jezus ons
heeft nagelaten. Door op dit fundament te bouwen is Paulus en na
ernstige woordenwisselingen later ook Petrus tot het besef gekomen dat
besneden zijn of niet besneden zijn, het slaaf zijn of heer zijn, dat het
vrouw zijn of man zijn geen aanleiding tot minderwaardigheid en
uitsluiting mag zijn en dat men hierdoor geen aanzien des persoon mag
hebben. Wat het al of niet besneden zijn betreft, rijzen er nog
weinig problemen op de dag van vandaag maar wat het man of vrouw zijn
betreft moet er nog een hartelijk woord gesproken worden. Er zijn talrijke voorbeelden aan te halen van hoe men in
het verleden onvolwassen omging met de wet. Hoe de wet een eigen leven was
gaan leiden zonder dat er nog van enige bezieling of werkelijkheidszin
spraken was. Als mensen de dag van vandaag religieus moe zijn dan is
de oorzaak voor een groot deel te zoeken in een ressentiment van niet
eerlijk behandeld te zijn geweest. Religieuze leiders hebben hierin een
groot aandeel gehad door verkeerde vragen te stellen en antwoorden te
geven. Daarom is het telkens weer opbeurend te zien hoe Jezus,
waar het redelijk was, de wet telkens oversteeg op een heel vrije wijze. De religieuze leiders konden Jezus bloed wel zien
vloeien en zij haatten hem omdat hij door de tempelreiniging de
belangrijkheid van hun status en hun inkomsten deed wankelen. Jezus
omarmden zondaars en onreine mensen. Armen en verworpenen hadden door Hem
hun waardigheid teruggevonden. Als Jezus, zoals vandaag in het evangelie, dan toch
zegt: "Als ge mijn geboden onderhoudt zult gij in mijn liefde blijven,
zoals ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden in zijn liefde
blijf", dan bedoelt hij te zeggen: "Hebt elkaar lief zoals ik jullie heb
liefgehad. Mijn leven heb ik met jullie gedeeld en voor jullie werd het
gebroken opdat je bevrijd in eensgezindheid zoudt kunnen leven. Aan een kersenboom, lichtjes scheef gegroeid door regen
en wind, werd gevraagd te spreken over God en toen begon de kerselaar te
bloeien. Bidden wij dat we over God spreken door het beste in
ons te doen opbloeien, ook al is elk van ons door de tijd gehavend door
regen en wind. E.Costermans o.p. (*) |
| |