Dominicanen Leuven Zondagspreken
  3 mei - vierde paaszondag Afdrukken
 

Lezingen:



1 Johannes 3,1-2
Johannes 10,11-18

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Roepingenzondag


Goede Vrienden,

Een maand geleden sprak onze vroegere ordesmagister, Timothy Radcliff, tot de jeugd in Brussel. In het begin van zijn rede stelde hij de vraag: "Heb jij een roeping?" En hij vervolgde: "Het korte antwoord is : Ja, want anders zou je niet bestaan".

Ieder mens wordt immers door God tot het leven geroepen. Maar de eerste lezing van vandaag wijst aan dat het om een blijvend leven gaat, om een deelname aan Gods bestaan. Schreef Johannes niet dat wij kinderen van God zijn en ons einddoel is aan God gelijk te worden "omdat wij hem zullen zien zoals hij is"?

Vraag is alleen hoe wij daartoe geraken. Hoe moet onze levensroeping de gepaste gestalte vinden in het leven van elke dag? En daarop geeft het evangelie ons antwoord. "Het moet worden één kudde, één herder", lazen we daar. De modelmens die God ons daarvoor geschonken heeft is Jezus, de man die de Vader kende zoals de Vader Hem kent en die door de Vader bemind wordt , "omdat Hij zijn leven geeft om het later weer terug te nemen".
Zich geven, zijn leven-hier geven om tot eenheid te komen met de anderen, dat is de roeping die Jezus voorhoudt en die ons in staat stelt dat gegeven leven later hemels terug te nemen als God alles in allen zal zijn, als de eenheid bereikt is die hij voor ons allen bestemd heeft.

In elke levenshouding ligt dus de roeping om zich te geven, om mee te werken aan die eenheid van alle mensen. Sacramenteel wordt daarom de gave genoemd van twee mensen – man en vrouw – die zich een leven lang aan elkander willen binden om samen aan zo'n verdere menswording te werken. En naast hen staan degenen die zich vrijstellen van deze twee-eenheid om gestalte te geven aan Gods alomvattende liefde en zijn speciale aandacht voor mensen die alleen of verlaten zijn.
Zij stellen zich op als Jezus wiens hart naar de grote kudde uitging om met hen een stuk weg te gaan en ze te helpen zoeken naar wat hen gelukkig kan maken, die aan verdrukten of eenzamen of twijfelaars in hun verbondenheid opnieuw zeggen: God bemint je, heb moed in het leven, geloof in de andere en geloof vooral in de gans Andere, de volmaakte, die je toch tot zijn gelijkenis roept. Want ook jij ben een kind van God.

Dat is het wat in de religieuze gemeenschapsroeping en in de priesterroeping geborgen ligt. En we weten dat er op onze dagen mensen te kort zijn om die taak te volbrengen: mensen die diep bij God willen aanleunen om vanuit zijn nabijheid de taal van de liefhebbende God aan anderen over te dragen, mensen die zich zoals Jezus geheel aan de herderlijke bezorgdheid van de Vader willen wijden om de wereld perspectief en hoop aan te reiken en steeds te herhalen: God heeft je lief, Hij laat je niet alleen, Hij kent je zorgen en zoeken en Hij komt naar jou als je je voor Hem openstelt en zijn genade wilt aanvaarden. En die dan uitgaan om als priester het Brood des levens uit te delen en Gods woord te vertalen voor de huidige tijd of die als kloosterling in diep gebed de behoeften van onze wereld bij God verwoorden of in ziekenzorg, onderwijs, armennabijheid of welke vorm van ruimer liefdebetoon dan ook Zijn zorg vertalen, waar de nood zich aandient.

De eucharistieviering van vandaag nodigt ons uit tot een nieuw vernieuwd roepingsbesef in het huwelijk en het gezinsleven, in ons omgaan met de mensen uit onze omgeving, onze werksituatie, onze vriendenkring, maar ook tussen vreemdelingen en onbekenden, in de opdracht van priesters en diakens, van contemplatieve en actieve kloosterlingen, kortom in de manier waarop elk van ons zijn leven moet geven om hèt leven te winnen.

De wereld begrijpt ons niet, zegt Sint-Jan. Vragen wij God dat wij het begrijpen.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug