Dominicanen Leuven Zondagspreken
  18 januari - Tweede zondag Afdrukken
 

Lezingen:


1 Samuël 3,3-19
Johannes 1,35-42

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De roepstem van God


Boven de eerste lezing zou je als titel kunnen zetten: 'De roeping van Samuël' en boven het evangeliegedeelte: 'De roeping van de eerste leerlingen'. In beide lezingen is er sprake van roepen en geroepen worden. Samuël wordt geroepen, zoals zal blijken door God, en die twee leerlingen van Johannes de Doper en later Simon Petrus worden uitgenodigd om te zien waar Jezus zich ophoudt. Daarmee worden ze geroepen Jezus te volgen. Het gaat in beide lezingen méér om het antwoord dan om het roepen, méér op een ingaan op de uitnodiging dan om de uitnodiging zelf. Het sterkst klinkt dat in die lezing over Samuël. Maar ook in het evangelie wordt verhaald dat die twee leerlingen met Jezus meegaan en die dag bij Hem blijven.

De eerste keer dat Samuël zijn naam hoort roepen, antwoordt hij: "Hier ben ik". Geen enkele bedenking, geen vragen wie daar roept, geen aarzeling of het niet een droom is, neen: direct en rechttoe rechtaan: "Hier ben ik". Er klinkt een grote bereidheid door om op een volgende vraag in te gaan maar zover komt het in eerste instantie niet. Samuël gaat na zijn antwoord "Hier ben ik" onmiddellijk naar Eli, omdat hij dacht dat die hem geroepen had. Dat gebeurt een tweede keer en vooraleer Samuël een derde keer wordt geroepen zegt de bijbelse auteur iets zeer belangrijks: "Samuël kende de Heer nog niet: een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard." En dat sluit weer aan bij een zin die voorafgaat aan ons fragment vandaag: "In die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid en kwam een visioen niet dikwijls voor." Hoe moest Samuël dan weten dat het de Heer was die hem riep?
En als Samuël dan voor de derde keer zijn naam hoort roepen, reageert hij met de woorden: "Spreek, uw dienaar luistert", zoals Eli hem aangeraden had te antwoorden. Het 'Hier ben ik' wordt nog krachtdadiger ingevuld. Het is méér. Samuël antwoordt met een uitnodiging aan de Heer: "Spreek, uw dienaar luistert." Daarin laat Samuël zijn bereidheid horen om op het woord, om op de roeping van de Heer in te gaan, zonder enig voorbehoud, zonder enige restrictie. Een volledige overgave, een volledig zich in dienst stellen van God.

In het evangelie is eigenlijk hetzelfde aan de hand. Eerst is het Andreas en een andere leerling die geroepen worden. Dat wil zeggen op het woord van Johannes de Doper, "Zie het Lam Gods", gaan ze Jezus achterna. Dat heeft iets van dat 'Hier ben ik' van Samuël. En op de vraag van Jezus "Wat verlangt gij?" antwoorden zij met een wedervraag: "Waar houdt Gij u op?" En dan volgt de uitnodiging, de roeping door Jezus om met Hem mee te gaan. Daarop gingen ze mee. En precies daarin bestaat het antwoord van die eerste leerlingen: Jezus metterdaad volgen.

Daarop roept Andreas zijn broer Simon. Hier geen vraag maar een boodschap: "Wij hebben de Messias gevonden." En Andreas brengt Simon bij Jezus. Simon krijgt een andere naam en daarin wordt duidelijk dat Simon degene is die Jezus door dik en dun zal volgen. Hij wordt hier reeds 'rots' genoemd, de basis, het fundament van wat later kerk zal worden genoemd: de gemeenschap van degenen die op de roepstem van God zijn ingegaan.

Met deze lezingen wordt ons de vraag voorgelegd of ook wij antwoorden op de roepstem van God. Luidt ons antwoord als dat van Samuël: 'Hier ben ik; spreek Heer uw dienaar luistert'? Laten wij ons wegroepen uit onze rust om actief in te gaan op de opdracht die in het evangelie besloten ligt? Gaan we met Jezus mee op zijn weg om te zien waar Hij zich ophoudt, dat wil zeggen: waar het centrum, waar de kern van evangelisch leven ligt, in onze wereld, in onze tijd? En blijven we trouw aan onze keuze?

Eigenlijk liggen deze twee lezingen in elkaar verlengde. Samuël beantwoordt de roepstem van God met een duidelijk: "Spreek Heer, uw dienaar luistert". In het evangelie voegen de leerlingen de daad bij het woord: zij volgen Jezus op zijn weg. En uit het vervolg weten we dat ze Jezus trouw blijven.

Antwoorden op de roepstem van God is niet alleen 'ja' zeggen, maar ook 'ja' doen, Is je zonder restricties geven aan de verkondiging van Gods Woord in woord en daad. Is je met je hele persoon inzetten voor een meer rechtvaardige wereld. Is je open stellen en met open oor en oog door de wereld gaan om te zien waar je geloof handen en voeten kan krijgen en het evangelie tastbaar wordt voor anderen. Maar Paulus waarschuwt dat dit niet automatisch gebeurt. En deze waarschuwing is er niet voor niets. De kerk is van boven tot onder een gemeenschap van kleine en onvolmaakte mensen, die voortdurend schuld moeten belijden. Daarom hebben we altijd verkondigers en belijders nodig van het Woord. Zij moeten ons op Jezus Christus wijzen, die dan zegt: 'Kom maar eens kijken waar ik woon'. Opdat wij de goede weg die Christus is niet uit het oog verliezen.

Wim Schreyen o.p.

 
   Terug