| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 18 januari - Tweede zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Boven de eerste lezing zou je als titel kunnen zetten:
'De roeping van Samuël' en boven het evangeliegedeelte: 'De roeping van de
eerste leerlingen'. In beide lezingen is er sprake van roepen en geroepen
worden. Samuël wordt geroepen, zoals zal blijken door God, en die twee
leerlingen van Johannes de Doper en later Simon Petrus worden uitgenodigd
om te zien waar Jezus zich ophoudt. Daarmee worden ze geroepen Jezus te
volgen. Het gaat in beide lezingen méér om het antwoord dan om het roepen,
méér op een ingaan op de uitnodiging dan om de uitnodiging zelf. Het
sterkst klinkt dat in die lezing over Samuël. Maar ook in het evangelie
wordt verhaald dat die twee leerlingen met Jezus meegaan en die dag bij
Hem blijven.
De eerste keer dat Samuël zijn naam hoort roepen,
antwoordt hij: "Hier ben ik". Geen enkele bedenking, geen vragen wie daar
roept, geen aarzeling of het niet een droom is, neen: direct en rechttoe
rechtaan: "Hier ben ik". Er klinkt een grote bereidheid door om op een
volgende vraag in te gaan maar zover komt het in eerste instantie niet.
Samuël gaat na zijn antwoord "Hier ben ik" onmiddellijk naar Eli, omdat
hij dacht dat die hem geroepen had. Dat gebeurt een tweede keer en
vooraleer Samuël een derde keer wordt geroepen zegt de bijbelse auteur
iets zeer belangrijks: "Samuël kende de Heer nog niet: een woord van de
Heer was hem nog nooit geopenbaard." En dat sluit weer aan bij een zin die
voorafgaat aan ons fragment vandaag: "In die dagen was een woord van de
Heer een zeldzaamheid en kwam een visioen niet dikwijls voor." Hoe moest Samuël dan weten dat het de Heer was die hem riep? In het evangelie is eigenlijk hetzelfde aan de hand.
Eerst is het Andreas en een andere leerling die geroepen worden. Dat wil
zeggen op het woord van Johannes de Doper, "Zie het Lam Gods", gaan ze
Jezus achterna. Dat heeft iets van dat 'Hier ben ik' van Samuël. En op de
vraag van Jezus "Wat verlangt gij?" antwoorden zij met een wedervraag:
"Waar houdt Gij u op?" En dan volgt de uitnodiging, de roeping door Jezus
om met Hem mee te gaan. Daarop gingen ze mee. En precies daarin bestaat het
antwoord van die eerste leerlingen: Jezus metterdaad volgen.
Daarop roept Andreas zijn broer Simon. Hier geen vraag
maar een boodschap: "Wij hebben de Messias gevonden." En Andreas brengt
Simon bij Jezus. Simon krijgt een andere naam en daarin wordt duidelijk
dat Simon degene is die Jezus door dik en dun zal volgen. Hij wordt hier
reeds 'rots' genoemd, de basis, het fundament van wat later kerk zal
worden genoemd: de gemeenschap van degenen die op de roepstem van God zijn
ingegaan.
Met deze lezingen wordt ons de vraag voorgelegd of ook
wij antwoorden op de roepstem van God. Luidt ons antwoord als dat van
Samuël: 'Hier ben ik; spreek Heer uw dienaar luistert'? Laten wij ons
wegroepen uit onze rust om actief in te gaan op de opdracht die in het
evangelie besloten ligt? Gaan we met Jezus mee op zijn weg om te zien waar
Hij zich ophoudt, dat wil zeggen: waar het centrum, waar de kern van
evangelisch leven ligt, in onze wereld, in onze tijd? En blijven we trouw
aan onze keuze?
Eigenlijk liggen deze twee lezingen in elkaar
verlengde. Samuël beantwoordt de roepstem van God met een duidelijk:
"Spreek Heer, uw dienaar luistert". In het evangelie voegen de leerlingen
de daad bij het woord: zij volgen Jezus op zijn weg. En uit het vervolg
weten we dat ze Jezus trouw blijven.
Antwoorden op de roepstem van God is niet alleen 'ja'
zeggen, maar ook 'ja' doen, Is je zonder restricties geven aan de
verkondiging van Gods Woord in woord en daad. Is je met je hele persoon
inzetten voor een meer rechtvaardige wereld. Is je open stellen en met
open oor en oog door de wereld gaan om te zien waar je geloof handen en
voeten kan krijgen en het evangelie tastbaar wordt voor anderen. Maar
Paulus waarschuwt dat dit niet automatisch gebeurt. En deze waarschuwing
is er niet voor niets. De kerk is van boven tot onder een gemeenschap van
kleine en onvolmaakte mensen, die voortdurend schuld moeten belijden.
Daarom hebben we altijd verkondigers en belijders nodig van het Woord. Zij
moeten ons op Jezus Christus wijzen, die dan zegt: 'Kom maar eens kijken
waar ik woon'. Opdat wij de goede weg die Christus is niet uit het oog
verliezen.
Wim Schreyen o.p. |
| |