Dominicanen Leuven Zondagspreken
  7 december - tweede adventszondag Afdrukken
 

Lezingen:


Jesaja 40,1-5.9-11

Marcus 1,1-8

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De wegwijzer


Broeders en zusters,

De eerste lezing is genomen uit de profeet Jesaja en het is het begin van een tweede deel. Jesaja schreef het op het ogenblik dat het volk in ballingschap zat in Babylonië. In de verdrukking. In slavendienst. Wellicht in voortdurend levensgevaar. Goed te bedenken dat Babylonië van toen nog steeds heel dicht bij is: de rook rond Mumbai is nog niet opgetrokken, Oost-Congo beeft omdat het gevangen zit tussen zogenaamde bestuurders die vooral de grondstoffen in eigen bezit willen; de sans-papiers van hier kortbij zitten te wachten op één handtekening, eentje maar om vanuit ballingschap in een thuisland te geraken. Maar ach?ik vrees eentonig te zullen worden als ik mijn pen nog verder in de hedendaagse Babylonische inkt blijf dopen. Maar beeld u in dat tussen de doden van Mumbai en tussen de puinen van de twin towers in New York iemand opstaat die zegt: "Troost, troost toch mijn stad. Ik verkondig het luid: ken geen vrees. Uw God is op komst en als een herder zal Hij u hoeden en met zachte hand geleiden." Ik vrees dat die man in kwestie vlug krankzinnig zou worden verklaard.

En toch, en toch: gelovigen, wijzelf, zijn goddelijk tegendraadse mensen die evenals anderen voelen dat kwaad als een veenbrand onder onze voeten verder woedt en die evenals anderen wel het goede zien maar het kwaad niet van hun netvlies kunnen wegbranden. Laten wij ons dan niet troosten en oproepen door een visioen van vrede en gerechtigheid? Toch wel! Wij zijn de onverbeterlijke realisten die uitzien in deze adventstijd naar ooit een tijd waarin de Heer God in het midden mag staan en waar gerechtigheid en vrede een hele wereld als een mantel om de schouders mag hangen. Wij zijn geen optimisten die vinden dat het glas altijd half vol is; we zijn gelovige zoekers, piekeraars soms, die de hoop nooit volledig opgeven en die geloven dat 'God in ons midden' ons de kracht zal geven mee te bouwen aan een maatschappij van vrede.
We zijn dus méér dan optimisten: ruzie, drugs, pijn, onmacht, ziekte en eenzaamheid kunnen de tere plant die 'hoop' heet nooit helemaal doen afsterven. Ik zou zeggen: wij zijn 'anders-realisten' die weten hoe we toch een mooi Wandtapijt kunnen weven met draden van intens geluk en prangende onmacht! In deze adventstijd zien wij uit naar de komst van de Heer die alles ?met zachte hand zal leiden? zoals Jesaja dat zei. Toch geen wonder dat niet-gelovigen ons meewarig voor naïevelingen aanzien. Maar ze moesten het eens mee beseffen!

We proeven nu de evangelietekst: uitgerekend het begin van het evangeliet van Marcus. Helemaal geen geboorteverhaal of engelenzang en 'liedekens also fijn'. Wel de woestijn met die wondere figuur van Johannes de Doper. Hij ziet zichzelf als de door Jesaja aangekondigde bode die de anderen oproept om zich te bekeren. Hij duwt ons onmiddellijk met de neus op de hoofdzaak van 'leven in het spoor van Jezus'. Die na hem komt zal dopen met de Heilige Geest zodat wij, mensen nu, alle paden 'recht' kunnen maken en als legoleggers met onze stenen kunnen bouwen aan vrede, hartelijkheid, rechtvaardigheid en loutere liefde zoals de Heer onze God die droomt.
De figuur van Sint Jan de Doper intrigeert. Het valt op dat hij zelf niet de Messias is maar dat toch heel de landstreek van Judea en alle inwoners van Jeruzalem naar hem gingen luisteren. Zou het niet zo zijn dat een mens niet vooruit kan als hij of zij geen wegwijzerfiguren heeft waaraan men zich kan optrekken.

Alsof het gisteren was herinner ik het mij. Ik was een puber en was in de jeugdbeweging. Ik had het geluk te mogen dwepen met mijn hoofdleider: ik imiteerde zijn gebaren, kamde mijn toen nog welige haren zoals hij dat deed en maakte nadenkpauzes in mijn zinnen want ook hij deed dat. Ik droomde wel eens over hem omdat ik wou worden zoals hij. Dit alles heeft zijn goede sporen nagelaten omdat ik fijne dingen van hem geleerd heb. Met de jaren kwam in mij de glimlach op over de heftigheid van mijn fan-zijn. Ik werd stilaan mezelf en ontdekte dat ik meer had van mijn ouders dan van mijn jeugdfan.- Dit alles kwam bij mij op toen ik over Sint Jan de Doper nadacht. Mensen van overal komen luisteren naar die Fanfiguur die een duidelijke boodschap heeft: 'Bekeer u zodat jullie klaar zijn om in het spoor te treden van Degene die na mij komt: de Heer Jezus.' Luisteraars moeten geboeid geweest zijn door zijn bezieling zoals een gezonde puber dat is door zijn fan-figuur.

Ze lieten zich dopen door Johannes en maakten zich klaar om zich te laten dopen door de heilige Geest. Met de jaren verdwijnt de Doperfiguur uit de onmiddellijke aandacht. Maar de gelovigen zijn klaar om handlangers van de Heer te worden in de opbouw van een wereld waarin oorlog en vijandschap definitief uit het woordenboek verdwenen zijn. Van zulk visioen durven wij leven. Goed dat dit in de advent voorgehouden wordt. Goed dat Joannes de Doper voor ons de wegwijzer is.

Bij dit alles koester ik in de advent de hoop dat ook wij iets mogen hebben van Johannes. Zonder figuren zoals hij verdolen we. We hebben nood aan medegelovigen die ons iets voorleven van 'in Gods naam werken aan Zijn Rijk'. Moet niet groots zijn: elk woord of gebaar dat een ander beter maakt is een Adventsgebaar: daarin zijn we dan de Doper voor de anderen. Mag ons dat gegeven zijn.

A. Vaganée, o.p.

 
   Terug