Dominicanen Leuven Zondagspreken
  4 oktober  - zevenentwintigste zondag Afdrukken
 

Lezingen:

Genesis 2,18-24
Marcus 10,2-16

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Het ideaal van geven en ontvangen


Goede vrienden,

Bij een Engelse confrater las ik het volgende verhaal dat echt ‘zou’ gebeurd zijn. Een predikant sprak naar aanleiding van deze evangelielezing een half uur lang met veel goede en raak gekozen woorden, over de deugden en de geneugten van het huwelijk. Een vrome luisteraar kwam na de preek thuis en zei tegen vrouw en kinderen: ‘Ik wou echt dit ik zo weinig zou afweten van het huwelijk als die predikant; het zou misschien gemakkelijker zijn.’ Op dat moment voelde ik de preekmoed in het diepste van mijn schoenen zakken. Bij de eerder zeldzame huwelijksinzegingen die ik tegenwoordig doe, zit er altijd ongewild een vraagtekenrimpel op mijn ziel omdat ik bij het aanhoren van het ‘eeuwig ja-woord’ de huwelijkstatistieken van tegenwoordig niet uit mijn geheugen weggommen kan.

En toch heeft Jezus ons iets heel belangrijks te zeggen. Hij was kind van zijn tijd en maakte dus mee dat er heel wat echtscheidingen waren bij de Joden. De discussie ging toen over de gegrondheid van de reden waarom een man zijn vrouw een scheidingbrief kon geven. Was het omdat ze geen kinderen kon krijgen? Of omdat ze het ‘lonken niet laten kon’? Of omdat het warm eten altijd te koud was? Jezus kende zijn medemensen en begreep hoe ze in de fout konden gaan, kleinzielig en onrechtvaardig worden. Merkwaardig is dat Jezus niet onmiddellijk op de vraag van de Farizeeën inging. Ook hij besefte wel dat het soms niet lang duurt vooraleer de rimpelloze zee van de huwelijksdag ontaardt tot een tsunami. Mensen zijn onvolkomen en zondig. En daarom heeft Mozes hen toegestaan een scheidingsbrief te geven: om de hardheid van hun hart! Goed te bedenken dat die scheidingbrief, ondanks alle conflicten, toch ook recht deed aan de vrouw die weggezonden werd: met die brief was ze volledig onafhankelijk van de man die haar weg zond en kon ze haar eigen weg gaan, zonder dat haar vroegere Big Brother haar iets in de weg kon leggen. Ondanks alles werd de vrouw beschermd.

U vraagt zich natuurlijk af wat ikzelf ga antwoorden op de vraag van die Farizeeën. Ik moet niet buiten eigen familie gaan om te merken dat een heldere huwelijkshemel onomkeerbaar overtrekken kan. En ik zal zeker niet zeggen dat de uitspraak van Jezus over de onverbreekbaarheid ouderwets en in deze tijd zeker achterhaald is. Zeker is dat ik iets van de pijn voelen zal die de anderen soms jarenlang hebben meegemaakt. En ik zal bedenken en zeggen dat onze God een barmhartige God is die wel weet ….ja.. wat weet?? Och, die wel weet hoe de klim naar een ideaal veel hindernissen kent en die weet dat niet iedereen in staat is het snelheidsrecord van Bolt te lopen.

Bij dit alles slaat Jezus een verrassende weg in (ook ik zou dit proberen te doen) en gaat hij terug naar het allereerste begin zoals we dit in de lezing uit Genesis hoorden: man en vrouw zijn voor elkaar geschapen: ze hechten zich aan mekaar zodat ze volkomen één worden. Dit verhaal staat tegenover het plaats- en tijdsgebonden gebod van Mozes. Het was duidelijk niet Gods bedoeling dat man of vrouw de andere verstoten kan om wat voor reden dan ook. Beiden heeft hij geschapen als gelijkwaardige partners en als zodanig verlaten beiden hun ouderlijk huis om samen één eigen levenslijn te trekken: die lijn mag niet verbroken worden. Zo besluit Jezus dat. Er valt niet te lezen hoe moeilijk of gemakkelijk dit is. En ik kan me inbeelden dat Jezus heeft meegemaakt hoe de heilige ja-woorden onder het Joods huwelijksbaldakijn soms al te snel verworden waren tot scherpe woorden die men naar mekaar sneerde.

Hoe dan ook: liefde ontstaat waar de eerste romantiek plaats heeft gemaakt voor het besef dat mensen maar samen kunnen leven als ze vooral aan mekaar ‘geven’, schenken. Wanneer beiden partners met krijg-vingers tegenover mekaar staan zal de echte krijg (maar dan in de andere betekenis) niet veraf zijn. Zo is dat in elk samenleven van mensen: echte liefde heeft open handen die geven en een hart dat open staat om te ontvangen. Daarom juist zal Jezus in het tweede gedeelte van de lezing het hebben over de kinderen: zij hebben de gretige ogen waarmee ze alles zien en ontvangen kunnen en zo ‘het Rijk Gods aannemen’. En bij dat alles gaat het hem niet alleen over het huwelijk. Elke mensengemeenschap heeft als ideaal ‘te geven’ aan de anderen, in welke vorm dan ook. En tevens open te staan om te ontvangen.

Daarom ook is het huwelijk een sacrament van de kerk: een teken waardoor mensen voor mekaar schenkers van genade worden en dus bouwstenen aanbrengen voor een betere wereld die iets heeft van het Rijk Gods.

Wellicht klinkt dit allemaal nogal vroom en lezen we opnieuw met ongelovige ogen het aantal echtscheidingen dat elk jaar in dure gemeentehuisboeken wordt geacteerd. Vraag is maar of die scheiding een definitief einde is, of … mogelijk een nieuw begin. Of mogelijk een nieuw begin dat ‘de oude littekens wel niet kan maskeren’. Vraag is ook of men halfweg moet blijven neerzitten omdat men de eindstreep binnen de vastgestelde tijd niet haalt.

Of met andere woorden: als mensen na veel pogingen tot hernieuwd liefhebben niet lukken in dit opzet van eeuwige trouw…, hebben ze dan automatisch het geloof verloren en mogen ze dan de hand niet meer uitstrekken naar de liefhebbende en barmhartige God? En mogen ze zijn levendige eucharistische aanwezigheid niet met een gelovig hart in hun open handen ontvangen?

Mijn vraag is eigenlijk een antwoord. Ik heb de indruk dat we hier allemaal hetzelfde antwoord hebben. Waarvoor dank.

A. Vaganée o.p.

 
   Terug