Dominicanen Leuven Zondagspreken
  13 september  - vierentwintigste zondag Afdrukken
 

Lezingen:

Jesaja 50,5-9
Marcus 8,27-35

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Liefhebben en lijden


Elk jaar verschijnen er in alle talen van de wereld nieuwe boeken over Jezus. Het betekent dat het laatste woord over Jezus nog niet gesproken is, en dit kan ook niet. Immers over Jezus kunnen we zeer veel inlichtingen verzamelen.

Dit bedoelde Jezus met zijn vraag: "wie zeggen de mensen dat ik ben?"

In de loop der tijden zijn er een oneindig aantal antwoorden gekomen. Om er slechts enkele te noemen: Hij is Johannes de Doper die opgestaan is. Hij is Elia die teruggekomen is nadat hij ten hemel gevaren is. Een profeet. Koning der Joden. Lam Gods. Goede Herder. Godslasteraar. Davidszoon. Gulzigaard. Een door de duivel bezetenen en iemand die zijn hoofd verloren heeft. Verlosser. Brood des levens. De weg, de waarheid en het leven. Man van smarten. Mysticus. Revolutionair. Superstar. Middelaar, enz., enz…

Jezus heeft inderdaad reeds zeer vele gedachten en beelden opgeroepen. Hij heeft veel kunstenaars en heiligen, evenals wereldontvluchters en werelverbeteraars geïnspireerd.

En toch is met dit alles het laatste woord over Jezus nog niet gesproken.
Dit woord kan slechts door elk van ons afzonderlijk gesproken worden.

Vandaar Jezus tweede vraag: "Wie zeggen jullie dat ik ben?"

En Petrus, een man van het eerste uur, flapte het er spontaan uit: U bent de lang verwachte Messias, de Christus, de gezalfde Gods die het joodse volk komt verlossen.

Jezus ontkent niet wat Petrus zo enthousiast uitgesproken heeft maar toch vraagt hij hem om nog wat te wachten om dit verder te vertellen.

Het probleem is - en dat zal later blijken - dat die lang verwachte Messias geen triomferende maar een lijdende Messias zal zijn.

Het aanvaarden van deze grote waarheid heeft veel tijd nodig gehad. Het heeft lang geduurd vooraleer Petrus hiervan doordrongen werd. Petrus heeft heftig geprotesteerd en hij heeft Jezus tot driemaal toe verloochend, hij heeft zelfs de wapens opgenomen, om te proberen het lijden te ontvluchten.

Er is een rijmpje dat zegt:
'Die oyt wil hebben goed gheniet,
die moet oock lijden wat verdriet.'

Aan Maria zei de engel: "Verheug u, begenadigde, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen", maar even later zei Simeon haar: "Je ziel zal door een zwaard worden doorboord."

Vreugde en verdriet zijn in een mensenleven niet te scheiden. Vreugde en verdriet in liefde en vrede tot eenheid brengen is de christelijke paradox bij uitstek die Jezus ons heeft voorgeleefd en waarvoor hij ons oproept om zijn volgelingen te zijn.

Met schade en schande heeft Petrus ervaren dat echt mens-zijn, zoals de Mensenzoon, het lijden niet ontvlucht en waar het nodig is een plaats geeft in zijn leven. Immers het lijden op zich nemen waar de liefde beroep op je doet is ware godsdienst die je een eeuwigheidswaarde en een opstandingsgeloof schenkt.

Het goede dat je aan iemand in liefde geschonken hebt, ook al heeft het je veel moeite en lijden gekost, of moet ik zeggen: dit goede gedaan in liefde vooral omdat het je veel lijden en pijn heeft bezorgd, bezit een eeuwigheidswaarde die niemand je nog kan afnemen.

Deze waarheid leert elk van ons slechts in de leerschool van het leven. Goede werken gedaan zonder liefde maar met veel opoffering, pijn en verdriet lopen uit op ontgoocheling en cynisme.

Niet zonder reden vroeg Jezus na verloop van tijd aan Petrus: "Petrus, hou je van mij?"
Met tranen in de ogen zei Petrus: "Heer, u weet dat ik u bemin."

Dikwijls worden de tranen van Petrus uitgelegd als tranen van berouw, maar zouden het misschien ook vreugdetranen kunnen geweest zijn na een gans leven met Jezus op stap te zijn geweest? Door zijn liefdebekentenis beaamde Petrus volmondig wat Jezus was en dat wat hij zei ten volle waar was. Door zijn omgaan met Jezus begreep Petrus en wist hij intuïtief vanuit zijn hele wezen waar het in het leven op aan kwam. Jezus is de gezondene die we niet mogen verwaarlozen en aan wie we ons moeten hechten.

Moge onze bede zijn, dat diezelfde Jezus ons bezielt en ons vertrouwvol begeleidt als weg, waarheid en leven.

E. Costermans, 13 september 2009

Inspiratie: Nico ter Linden, Het verhaal gaat…, deel 2, p. 90-92.

Oscar, een doodziek jongetje zegt tegen Jezus op het kruis: "Als ik God was, zoals jij, dan had ik mezelf niet zo laten toetakelen." En oma Rozerood zegt:"Denk eens, Oscar, wie staat er dichter bij je naar je gevoel? Een God die geen beproevingen doorstaat, of een God die pijn lijdt?"
Uit: Eric Emmanuel Schmitt, Oscar en oma Rozerood

 
   Terug