| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 13 september - vierentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 50,5-9
|
|||
|
Elk jaar verschijnen er in alle talen van de wereld
nieuwe boeken over Jezus. Het betekent dat het laatste woord over Jezus nog
niet gesproken is, en dit kan ook niet. Immers over Jezus kunnen we zeer
veel inlichtingen verzamelen.
Dit bedoelde Jezus met zijn vraag: "wie zeggen de
mensen dat ik ben?"
In de loop der tijden zijn er een oneindig aantal
antwoorden gekomen. Om er slechts enkele te noemen: Hij is Johannes de
Doper die opgestaan is. Hij is Elia die teruggekomen is nadat hij ten
hemel gevaren is. Een profeet. Koning der Joden. Lam Gods. Goede Herder.
Godslasteraar. Davidszoon. Gulzigaard. Een door de duivel bezetenen en
iemand die zijn hoofd verloren heeft. Verlosser. Brood des levens. De
weg, de waarheid en het leven. Man van smarten. Mysticus. Revolutionair.
Superstar. Middelaar, enz., enz…
Jezus heeft inderdaad reeds zeer vele gedachten en
beelden opgeroepen. Hij heeft veel kunstenaars en heiligen, evenals
wereldontvluchters en werelverbeteraars geïnspireerd.
En toch is met dit alles het laatste woord over Jezus
nog niet gesproken. Vandaar Jezus tweede vraag: "Wie zeggen jullie dat ik
ben?"
En Petrus, een man van het eerste uur, flapte het er
spontaan uit: U bent de lang verwachte Messias, de Christus, de
gezalfde Gods die het joodse volk komt verlossen.
Jezus ontkent niet wat Petrus zo enthousiast
uitgesproken heeft maar toch vraagt hij hem om nog wat te wachten
om dit verder te vertellen.
Het probleem is - en dat zal later blijken - dat
die lang verwachte Messias geen triomferende maar een lijdende Messias
zal zijn.
Het aanvaarden van deze grote waarheid heeft veel
tijd nodig gehad. Het heeft lang geduurd vooraleer Petrus hiervan
doordrongen werd. Petrus heeft heftig geprotesteerd en hij heeft Jezus
tot driemaal toe verloochend, hij heeft zelfs de wapens opgenomen, om te
proberen het lijden te ontvluchten.
Er is een rijmpje dat zegt: Aan Maria zei de engel: "Verheug u,
begenadigde, gij
zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen", maar even later
zei Simeon haar: "Je ziel zal door een zwaard worden doorboord."
Vreugde en verdriet zijn in een mensenleven niet te
scheiden. Vreugde en verdriet in liefde en vrede tot eenheid brengen is
de christelijke paradox bij uitstek die Jezus ons heeft voorgeleefd en
waarvoor hij ons oproept om zijn volgelingen te zijn.
Met schade en schande heeft Petrus ervaren dat echt
mens-zijn, zoals de Mensenzoon, het lijden niet ontvlucht en waar het
nodig is een plaats geeft in zijn leven. Immers het lijden op zich nemen
waar de liefde beroep op je doet is ware godsdienst die je een
eeuwigheidswaarde en een opstandingsgeloof schenkt.
Het goede dat je aan iemand in liefde geschonken hebt,
ook al heeft het je veel moeite en lijden gekost, of moet ik zeggen: dit
goede gedaan in liefde vooral omdat het je veel lijden en pijn heeft
bezorgd, bezit een eeuwigheidswaarde die niemand je nog kan afnemen.
Deze waarheid leert elk van ons slechts in de
leerschool van het leven. Goede werken gedaan zonder liefde maar met
veel opoffering, pijn en verdriet lopen uit op ontgoocheling en cynisme.
Niet zonder reden vroeg Jezus na verloop van tijd
aan Petrus: "Petrus, hou je van mij?" Dikwijls worden de tranen van Petrus uitgelegd als
tranen van berouw, maar zouden het misschien ook vreugdetranen kunnen
geweest zijn na een gans leven met Jezus op stap te zijn geweest? Door zijn liefdebekentenis beaamde Petrus volmondig wat Jezus
was en dat
wat hij zei ten volle waar was. Door zijn omgaan met Jezus begreep
Petrus en wist hij intuïtief vanuit zijn hele wezen waar het in het
leven op aan kwam. Jezus is de gezondene die we niet mogen verwaarlozen
en aan wie we ons moeten hechten.
Moge onze bede zijn, dat diezelfde Jezus ons bezielt
en ons vertrouwvol begeleidt als weg, waarheid en leven.
E. Costermans, 13 september 2009
Inspiratie: Nico ter Linden, Het verhaal gaat…,
deel 2, p. 90-92.
Oscar, een doodziek jongetje zegt tegen Jezus op het
kruis: "Als ik God was, zoals jij, dan had ik mezelf niet zo laten
toetakelen." En oma Rozerood zegt:"Denk eens, Oscar, wie staat er
dichter bij je naar je gevoel? Een God die geen beproevingen doorstaat,
of een God die pijn lijdt?" |
| |