| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 30 augustus - twee-entwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Deuteronomium 4,1-8
|
|||
|
Wetten en regels Dinsdag zal het straatbeeld grondig veranderen. De
heropening der scholen brengt een groot aantal mensen op de been. Je kan
slierten jonge fietsers zien en daarbij hopen dat iedereen de
verkeersregels respecteert.
Het begin van een schooljaar, betekent ook
speelplaatsen vol joelende kinderen. Verwachtingsvolle, maar ook
afwachtende en zelfs bedeesde gezichten. Onzeker over wat hun te wachten
staat? Na wat kennismaking wordt dan het schoolreglement voor gesteld.
Regels bedoeld om duidelijkheid, veiligheid en structuur te bieden.
Mensen bewegen zich in allerlei verbanden en daar
zijn regels bij nodig. Wij kunnen in onze samenleving niet zonder regels.
Maar regels komen niet uit de lucht vallen. Zij zijn gestoeld op een
fundament. Ze dienen immers een groter doel: ‘het welzijn van de
betrokkenen’. Iedereen die de regels respecteert heeft er voordeel van.
Niet zozeer als individu, maar meer in betrokkenheid op elkaar. En wij
moeten ook ons steeds afvragen of sommige regels nog actueel zijn.
Door heel de bijbel komen ‘regels’ in het vizier.
Steeds weer zijn er mensen die daarvoor de barricade opgaan: Mozes,
Johannes de Doper, Jakobus en Jezus. Zij wijzen er op dat wat in het
verleden is gegeven ook geldt voor het heden, iedere dag opnieuw. Zeker
wanneer het niet gaat om mensenregels maar om leefregels, om
handreikingen van God zelf. Richtingswijzers die bedoeld zijn voor het
welzijn van alle mensen, van heel Gods schepping. En dan is waakzaamheid
en verantwoordelijkheid een voorwaarde.
Mozes laat vandaag zijn toehoorders zien hoe actueel
de eens gegeven woorden van de Sinaď zijn. Hij wil dat die woorden
doordringen tot in hun hart. Om die woorden vervolgens als een zegel op
hun hart te dragen. Het is de ultieme voorwaarde om de Woorden ook te
gaan ‘doen’, na te leven, zoals Jakobus in zijn brief zegt. Als jij je
die woorden ‘eigen gemaakt’ hebt, kan je ze niet meer naast je
neerleggen. Gods richtlijnen ‘horen en doen’ verstevigt het fundament
van je eigen bestaan en daardoor bouw je ook verder aan het geluk van
ieder mens, van heel de schepping.
Mozes kan dat doen omdat de mensen zijn gezag
aanvaarden. Ook Marcus zet vandaag regels centraal. Hij belicht daarbij
het aspect van de naleving van die regels. Dat ligt niet zo eenvoudig.
Niet iedereen heeft hetzelfde uitgangspunt, de neuzen staan niet in
dezelfde richting. Uiteindelijk spreekt Jezus het verlossende Woord.
Jezus gaat daarbij uit van de Joodse traditie, die leert dat een mens
twee harten heeft, dus dubbelhartig is. Als de mens het woord ‘hoort’
kan hij, door zijn eigen verantwoordelijkheid, twee kanten op. De ‘goede’
en de ‘slechte’ kant zouden we spontaan denken. Als een leerkracht op school niet vanuit een
natuurlijk gezag spreekt, blijven zijn of haar regels aan de buitenkant
hangen. Dan komt hij niet ver met al zijn goedbedoelde regels. Zijn of
haar woorden moeten een weg naar het hart vinden. Het werkt aanstekelijk
als een leraar dat zelf uitstraalt. Een goed voorbeeld doet goed volgen.
Veel mensen storen zich aan regels die van buitenaf
opgelegd schijnen te worden. Of het nu om regels van de overheid gaat,
van de werkkring, in het gezin of van de kerk, ze werken op geen enkele
wijze mee aan een gezamenlijk doel. Wanneer de ‘zin’ ervan ontbreekt,
voelen mensen zich niet meer serieus genomen. Als we Gods Woorden willen
doen, als we de Tien Geboden willen volgen, moeten we aanvaarden dat ze
zijn als een grote boom, die door de eeuwen heen is gegroeid en nog
groeit, maar die boom van goed en kwaad hebben we niet zelf geplant. Hij
werd door God geplant en tot groei gebracht.
En daar wringt dikwijls het schoentje: veel mensen
willen hun eigen boompje van goed en kwaad planten.
Wim Schreyen o.p.
30 augustus 2009
|
| |