Dominicanen Leuven Zondagspreken
  30 augustus - twee-entwintigste zondag Afdrukken
 

Lezingen:

Deuteronomium 4,1-8
Marcus 7,1-8.14-23

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Wetten en regels


Dinsdag zal het straatbeeld grondig veranderen. De heropening der scholen brengt een groot aantal mensen op de been. Je kan slierten jonge fietsers zien en daarbij hopen dat iedereen de verkeersregels respecteert.

Het begin van een schooljaar, betekent ook speelplaatsen vol joelende kinderen. Verwachtingsvolle, maar ook afwachtende en zelfs bedeesde gezichten. Onzeker over wat hun te wachten staat? Na wat kennismaking wordt dan het schoolreglement voor gesteld. Regels bedoeld om duidelijkheid, veiligheid en structuur te bieden.

Mensen bewegen zich in allerlei verbanden en daar zijn regels bij nodig. Wij kunnen in onze samenleving niet zonder regels. Maar regels komen niet uit de lucht vallen. Zij zijn gestoeld op een fundament. Ze dienen immers een groter doel: ‘het welzijn van de betrokkenen’. Iedereen die de regels respecteert heeft er voordeel van. Niet zozeer als individu, maar meer in betrokkenheid op elkaar. En wij moeten ook ons steeds afvragen of sommige regels nog actueel zijn.

Door heel de bijbel komen ‘regels’ in het vizier. Steeds weer zijn er mensen die daarvoor de barricade opgaan: Mozes, Johannes de Doper, Jakobus en Jezus. Zij wijzen er op dat wat in het verleden is gegeven ook geldt voor het heden, iedere dag opnieuw. Zeker wanneer het niet gaat om mensenregels maar om leefregels, om handreikingen van God zelf. Richtingswijzers die bedoeld zijn voor het welzijn van alle mensen, van heel Gods schepping. En dan is waakzaamheid en verantwoordelijkheid een voorwaarde.

Mozes laat vandaag zijn toehoorders zien hoe actueel de eens gegeven woorden van de Sinaď zijn. Hij wil dat die woorden doordringen tot in hun hart. Om die woorden vervolgens als een zegel op hun hart te dragen. Het is de ultieme voorwaarde om de Woorden ook te gaan ‘doen’, na te leven, zoals Jakobus in zijn brief zegt. Als jij je die woorden ‘eigen gemaakt’ hebt, kan je ze niet meer naast je neerleggen. Gods richtlijnen ‘horen en doen’ verstevigt het fundament van je eigen bestaan en daardoor bouw je ook verder aan het geluk van ieder mens, van heel de schepping.

Mozes kan dat doen omdat de mensen zijn gezag aanvaarden. Ook Marcus zet vandaag regels centraal. Hij belicht daarbij het aspect van de naleving van die regels. Dat ligt niet zo eenvoudig. Niet iedereen heeft hetzelfde uitgangspunt, de neuzen staan niet in dezelfde richting. Uiteindelijk spreekt Jezus het verlossende Woord. Jezus gaat daarbij uit van de Joodse traditie, die leert dat een mens twee harten heeft, dus dubbelhartig is. Als de mens het woord ‘hoort’ kan hij, door zijn eigen verantwoordelijkheid, twee kanten op. De ‘goede’ en de ‘slechte’ kant zouden we spontaan denken.
Maar het is wat genuanceerder. De woorden van de regels prikkelen tot een keuze. De weg die de woorden daarbij afleggen is bepalend. Blijven ze aan de buitenkant hangen, dan glijden ze ook gemakkelijk van ons af. Maar volgen ze de weg naar binnen, op zoek naar de kern, dan raken ze het hart. Daar geven ze voedsel aan onze gevoelens: ten positieve in gevoelens van vreugde, aandacht, warmte of ten negatieve in gevoelens van teleurstelling, onmacht of pijn. Hebben ze een positieve uitwerking, dan groei je als mens naar Gods hart, en de Tora wordt steeds meer uw vlees en bloed. Die Woorden leven in u voort. Ze kneden u verder naar Gods eigen beeld en gelijkenis.

Als een leerkracht op school niet vanuit een natuurlijk gezag spreekt, blijven zijn of haar regels aan de buitenkant hangen. Dan komt hij niet ver met al zijn goedbedoelde regels. Zijn of haar woorden moeten een weg naar het hart vinden. Het werkt aanstekelijk als een leraar dat zelf uitstraalt. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

Veel mensen storen zich aan regels die van buitenaf opgelegd schijnen te worden. Of het nu om regels van de overheid gaat, van de werkkring, in het gezin of van de kerk, ze werken op geen enkele wijze mee aan een gezamenlijk doel. Wanneer de ‘zin’ ervan ontbreekt, voelen mensen zich niet meer serieus genomen. Als we Gods Woorden willen doen, als we de Tien Geboden willen volgen, moeten we aanvaarden dat ze zijn als een grote boom, die door de eeuwen heen is gegroeid en nog groeit, maar die boom van goed en kwaad hebben we niet zelf geplant. Hij werd door God geplant en tot groei gebracht.

En daar wringt dikwijls het schoentje: veel mensen willen hun eigen boompje van goed en kwaad planten.

Wim Schreyen o.p.

30 augustus 2009

 
   Terug