Dominicanen Leuven Zondagspreken
  1 maart - eerste vastenzondag Afdrukken
 

Lezingen:


Genesis 9,8-15
Marcus 1,12-15

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Godsvertrouwen


200 jaar geleden werd Darwin geboren en 150 jaar geleden verscheen zijn boek met zijn visie op de evolutie. Naar aanleiding van deze herdenking zagen we enkele weken geleden op de Vlaamse televisie dat Nederlanders een ark van Noach gebouwd hebben met alles erop en eraan. Jaarlijks komen er 300.000 bezoekers deze ark met haar nagemaakte dieren bewonderen.

Tot op de dag van vandaag zijn er hevige discussies aan de gang over de vraag of de wereld ontstaan is door evolutie of dat God de wereld geschapen heeft in zes dagen, zoals in de Bijbel beschreven staat.
Oudere paters hebben ons verteld dat ze een heel semester lang hebben moeten studeren op de kwestie waar de berg Ararat zou kunnen liggen en waar de ark na de zondvloed weer de droge grond geraakt heeft. Maar, schrijft Nico ter Linden, men zal nog eerder het peperkoekenhuisje van Hansje en Grietje vinden dan de ark van Noach.
Eens te meer stoten we op het feit dat de Bijbel geen geschiedenis of wetenschappelijk boek is maar een geloofsboek. Een geloofsboek verhaalt hoe wij in het leven moeten staan en hoe onze houding moet zijn tegenover God.

Regelmatig gebeuren er erge dingen in het leven. Een vulkaanuitbarsting, een tsunami, een genocide, een aardbeving. Onlangs nog maakten we mee dat een jongen met een losgeslagen geest een kinderdagverblijf binnenstapte en er met messteken twee kindjes en een verzorgster heeft gedood en nog talrijke kindjes verwond. Als een refrein horen we dan telkens zeggen: het is God geklaagd. Als God voor ons zorgt zoals voor de lelies op het veld en de vogels in de lucht, waarom laat hij dan zo iets toch toe. Eens te meer is God dan de grote afwezige.

Wij kunnen ons inderdaad verlaten voelen door God en eenzaam drijven op de donkere golven zonder vaste grond te voelen, zonder een teken van zinvol leven te bespeuren, zonder een sprankeltje hoop te ontwaren.

De gelovige schrijver van het zondvloedverhaal maakt ons duidelijk dat ook Noach ronddobberde over de vloed en dat er slechts een dunne scheepswand was tussen hem en de dood. Maar ondanks het dreigende gevaar, voelde Noach zich gedragen door God. Hij geloofde dat God een vriendschaps- en liefdesverbond was aangegaan met de mens, een verbond dat hij nooit meer zou breken.

God laat de zon opgaan en hij laat het regenen over goede en slechte mensen. Met een genocide komen zowel schuldige als onschuldige mensen om. Met een aardbeving komen zowel goede als slechte mensen om het leven. Bij een tsunami maakt God geen onderscheid. Door een orkaan zal een kerk met slechte fundamenten evengoed omvallen als een moskee. God danken omdat men ontsnapt is aan een groot ongeluk of de dood, zegt iets van mijn dankbaarheid jegens God. Alhoewel daarmee het probleem van het samengaan van een goede God, dood en lijden van onschuldigen onopgelost blijft. Daarom zal mijn dank altijd een groot vraagteken op de rug dragen. Waarom ben ik ontsnapt en de andere niet?

We mogen God niet voor de kar spannen van de dagelijkse uitbouw van ons leven. Als men onder de zeespiegel leeft zoals half Nederland en Bangladesch, dan weet men dat men vroeg of laat problemen krijgt, tenzij men ofwel hogere dijken bouwt of verhuist en op hoger gelegen grond gaat wonen. Nederland heeft het begrepen en in Bangladesch zijn er jaarlijks veel doden.

God heeft ons de opdracht gegeven om ons dagelijks leven zelf uit te bouwen. God heeft ons de opdracht gegeven de wereld bewoonbaar te maken. Dit heeft God werkelijk in onze handen gegeven. En hierin grijpt God niet te pas en te onpas in. God is op een andere wijze bij ons aanwezig. Hij is aanwezig zoals een moeder bij een ziek kind. De moeder kan het kind niet genezen maar door haar aanwezigheid voelt het kind zich niet alleen, is het minder angstig en voelt het zich geborgen. En juist daardoor geneest het kind meermaals vlugger.

Het is een zegen wanneer kinderen, zowel in goede als kwade dagen, voelen dat ze een thuis hebben. En wij, christenen, mogen ons thuis voelen bij God, gever van het leven en onze Vader.

Vandaag is het de eerste zondag van de veertigdagentijd. Het betekent van oudsher een tijd van bidden, vasten en aalmoezen geven. Bidden is onze verhouding tot God. Vasten is onze verhouding tot onszelf. Het is een evenwicht vinden in zijn leven en aalmoezen geven is onze verhouding tot de naasten. Het is zorg dragen voor de naasten.

Bidden betekent dat men zich keert naar God zowel op een zonnige dag als op een dag dat donkere wolken zich boven ons samenpakken. Het betekent dat men zijn ogen ten hemel heft om zijn vertrouwen uit te spreken. Het betekent dat men gelooft dat men zijn verhaal mag doen en dat God luistert. Het is zich verbonden en geborgen weten bij God. Ook al zien we niet altijd hoe, maar bidden is zich de grondovertuiging eigen maken dat God alles ten goede leidt.

Ondanks de moeilijke situatie waarin Noach zich bevond, in het teken van de regenboog kreeg hij het besef dat de hemel met de aarde verbonden is.

Moge door Gods geest dit vertrouwen ook ons ten deel vallen.

Inspiratie: Nico ter Linden, Het verhaal gaat…

E. Costermans o.p.

 
   Terug