| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 1 maart - eerste vastenzondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
200 jaar geleden werd Darwin geboren en 150 jaar
geleden verscheen zijn boek met zijn visie op de evolutie. Naar aanleiding
van deze herdenking zagen we enkele weken geleden op de Vlaamse televisie
dat Nederlanders een ark van Noach gebouwd hebben met alles erop en eraan.
Jaarlijks komen er 300.000 bezoekers deze ark met haar nagemaakte dieren
bewonderen.
Tot op de dag van vandaag zijn er hevige discussies aan
de gang over de vraag of de wereld ontstaan is door evolutie of dat God de
wereld geschapen heeft in zes dagen, zoals in de Bijbel beschreven staat. Regelmatig gebeuren er erge dingen in het leven. Een
vulkaanuitbarsting, een tsunami, een genocide, een aardbeving. Onlangs nog
maakten we mee dat een jongen met een losgeslagen geest een
kinderdagverblijf binnenstapte en er met messteken twee kindjes en een
verzorgster heeft gedood en nog talrijke kindjes verwond. Als een refrein
horen we dan telkens zeggen: het is God geklaagd. Als God voor ons zorgt
zoals voor de lelies op het veld en de vogels in de lucht, waarom laat hij
dan zo iets toch toe. Eens te meer is God dan de grote afwezige.
Wij kunnen ons inderdaad verlaten voelen door God en
eenzaam drijven op de donkere golven zonder vaste grond te voelen, zonder
een teken van zinvol leven te bespeuren, zonder een sprankeltje hoop te
ontwaren.
De gelovige schrijver van het zondvloedverhaal maakt
ons duidelijk dat ook Noach ronddobberde over de vloed en dat er slechts
een dunne scheepswand was tussen hem en de dood. Maar ondanks het
dreigende gevaar, voelde Noach zich gedragen door God. Hij geloofde dat
God een vriendschaps- en liefdesverbond was aangegaan met de mens, een
verbond dat hij nooit meer zou breken.
God laat de zon opgaan en hij laat het regenen over
goede en slechte mensen. Met een genocide komen zowel schuldige als
onschuldige mensen om. Met een aardbeving komen zowel goede als slechte
mensen om het leven. Bij een tsunami maakt God geen onderscheid. Door een
orkaan zal een kerk met slechte fundamenten evengoed omvallen als een
moskee. God danken omdat men ontsnapt is aan een groot ongeluk of de dood,
zegt iets van mijn dankbaarheid jegens God. Alhoewel daarmee het probleem
van het samengaan van een goede God, dood en lijden van onschuldigen
onopgelost blijft. Daarom zal mijn dank altijd een groot vraagteken op de
rug dragen. Waarom ben ik ontsnapt en de andere niet?
We mogen God niet voor de kar spannen van de dagelijkse
uitbouw van ons leven. Als men onder de zeespiegel leeft zoals half
Nederland en Bangladesch, dan weet men dat men vroeg of laat problemen
krijgt, tenzij men ofwel hogere dijken bouwt of verhuist en op hoger
gelegen grond gaat wonen. Nederland heeft het begrepen en in Bangladesch
zijn er jaarlijks veel doden.
God heeft ons de opdracht gegeven om ons dagelijks
leven zelf uit te bouwen. God heeft ons de opdracht gegeven de wereld
bewoonbaar te maken. Dit heeft God werkelijk in onze handen gegeven. En
hierin grijpt God niet te pas en te onpas in. God is op een andere wijze
bij ons aanwezig. Hij is aanwezig zoals een moeder bij een ziek kind. De
moeder kan het kind niet genezen maar door haar aanwezigheid voelt het
kind zich niet alleen, is het minder angstig en voelt het zich geborgen.
En juist daardoor geneest het kind meermaals vlugger.
Het is een zegen wanneer kinderen, zowel in goede als
kwade dagen, voelen dat ze een thuis hebben. En wij, christenen, mogen ons
thuis voelen bij God, gever van het leven en onze Vader.
Vandaag is het de eerste zondag van de
veertigdagentijd. Het betekent van oudsher een tijd van bidden, vasten en
aalmoezen geven. Bidden is onze verhouding tot God. Vasten is onze
verhouding tot onszelf. Het is een evenwicht vinden in zijn leven en
aalmoezen geven is onze verhouding tot de naasten. Het is zorg dragen voor
de naasten.
Bidden betekent dat men zich keert naar God zowel op
een zonnige dag als op een dag dat donkere wolken zich boven ons
samenpakken. Het betekent dat men zijn ogen ten hemel heft om zijn
vertrouwen uit te spreken. Het betekent dat men gelooft dat men zijn
verhaal mag doen en dat God luistert. Het is zich verbonden en geborgen
weten bij God. Ook al zien we niet altijd hoe, maar bidden is zich de
grondovertuiging eigen maken dat God alles ten goede leidt.
Ondanks de moeilijke situatie waarin Noach zich bevond,
in het teken van de regenboog kreeg hij het besef dat de hemel met de
aarde verbonden is.
Moge door Gods geest dit vertrouwen ook ons ten deel
vallen.
Inspiratie: Nico ter Linden, Het verhaal gaat…
E. Costermans o.p. |
| |