Dominicanen Leuven Zondagspreken
  26 juli - zeventiende zondag Afdrukken
 

Lezingen:

2 Koningen 4,42-44
Efeziërs 4,1-6
Johannes 6,1-15

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

De tekenen zien


Goede Vrienden,
Wij hoorden het begin van het zesde hoofdstuk van het Sint-Jansevangelie en de volgende vier zondagen zal daar verder uit gelezen worden, want het gaat in dat hoofdstuk om een fundamenteel gegeven, dat wij in elke eucharistie vieren: de Heer, die zichzelf aan ons als levensbrood wil weggeven opdat wij zouden leven.

Johannes begint zijn hoofdstuk met een wonderverhaal. De mensen zochten Jezus immers op, zegt Sint-Jan, omdat zij de tekenen zagen die hij aan de zieken deed. Maar de vraag zal zijn of ze het teken wel zullen begrijpen dat in het wonder geborgen ligt. Ze kenden de broodvermenigvuldiging van Elisa, waarover de eerste lezing vertelde, en ze noemden Elisa een profeet. Maar waren ze ook bereid de boodschap van de profeet te beantwoorden?

Welk teken brengt Jezus? Hoe kleedt hij zijn broodvermenigvuldiging in?
Er is allereerst zijn bekommernis: hij is het die de leerlingen – om hen op de proef te stellen, zegt het evangelie – vraagt hoe men voor zo'n massa mensen brood zal kopen om ze te laten eten. Er is vervolgens zijn aandacht voor het kleine om wonderen mee te doen: het zijn de enkele broden met wat vis als toespijs die hij van een kleine jongen (zo staat het er letterlijk) ontvangt om er de mensen mee te spijzigen. Dan komt het dankgebed – teken van vertrouwen – dat hij verricht vooraleer het brood en de vis te laten uitdelen "zoveel als men maar wilde". En tenslotte vraagt hij het overschot te verzamelen, opdat niets zou verloren gaan.

Het gaat dus niet om een grootse geste waarmee hij in de belangstelling wilde komen; het gaat niet om een koninkrijk waarin men lustig kan profiteren zonder zelf iets te doen. Het gaat om de aandacht voor wie te kort heeft, het gaat om het aanwenden van de kleine middelen waarover men beschikt ten gunste van de anderen, het gaat om het dankbaar vertrouwen op de Heer die de milde schenker bijstaat en het gaat om het zorgzaam behoeden van wat er overblijft voor nieuwe tijden van tekort.

Voorzeker, de mensen hebben het niet mis als ze Jezus de profeet noemen die in de wereld moest komen. Maar ze vergeten dat een profeet naar hun eigen hart verwijst en naar Hem die ons met dat hart geschapen heeft.

Bij de parabel van de barmhartige Samaritaan vraagt Jezus: wie is de naaste van de man die in de handen van de rovers gevallen was. En het antwoord luidt: "die hem barmhartigheid heeft betoond". Waarop Jezus zegt: "Ga dan en handel ook zo". Die boodschap ligt ook besloten in het teken dat hij met zijn broodvermenigvuldiging stelt.

Zelf heeft Jezus alleszins naar dit teken gehandeld toen hij zichzelf als levensbrood offerde om ons te redden van onze eigengerichtheid, om ons ertoe te brengen te beantwoorden "aan de roeping die wij allen van God ontvangen hebben" en die erin bestaat, zoals de tweede lezing ons duidelijk maakte, een leven te leiden "dat beantwoordt aan de roeping die wij van God ontvangen hebben, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend" tot we allen "één lichaam en één Geest" worden. Het is tot wording van die eenheid dat de Heer ons nu uitnodigt aan zijn heilige tafel.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug