| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 26 juli - zeventiende zondag |
|
|
Lezingen:
2 Koningen 4,42-44
|
|||
|
De tekenen zien Goede Vrienden, Johannes begint zijn hoofdstuk met een
wonderverhaal. De mensen zochten Jezus immers op, zegt Sint-Jan, omdat
zij de tekenen zagen die hij aan de zieken deed. Maar de vraag zal zijn
of ze het teken wel zullen begrijpen dat in het wonder geborgen ligt.
Ze kenden de broodvermenigvuldiging van Elisa, waarover de eerste lezing
vertelde, en ze noemden Elisa een profeet. Maar waren ze ook bereid de
boodschap van de profeet te beantwoorden?
Welk teken brengt Jezus? Hoe kleedt hij zijn
broodvermenigvuldiging in? Het gaat dus niet om een grootse geste waarmee hij in
de belangstelling wilde komen; het gaat niet om een koninkrijk waarin
men lustig kan profiteren zonder zelf iets te doen. Het gaat om de
aandacht voor wie te kort heeft, het gaat om het aanwenden van de kleine
middelen waarover men beschikt ten gunste van de anderen, het gaat om
het dankbaar vertrouwen op de Heer die de milde schenker bijstaat en het
gaat om het zorgzaam behoeden van wat er overblijft voor nieuwe tijden
van tekort.
Voorzeker, de mensen hebben het niet mis als ze Jezus
de profeet noemen die in de wereld moest komen. Maar ze vergeten dat een
profeet naar hun eigen hart verwijst en naar Hem die ons met dat hart
geschapen heeft.
Bij de parabel van de barmhartige Samaritaan vraagt
Jezus: wie is de naaste van de man die in de handen van de rovers
gevallen was. En het antwoord luidt: "die hem barmhartigheid heeft
betoond". Waarop Jezus zegt: "Ga dan en handel ook zo". Die boodschap
ligt ook besloten in het teken dat hij met zijn broodvermenigvuldiging
stelt.
Zelf heeft Jezus alleszins naar dit teken gehandeld
toen hij zichzelf als levensbrood offerde om ons te redden van onze
eigengerichtheid, om ons ertoe te brengen te beantwoorden "aan de
roeping die wij allen van God ontvangen hebben" en die erin bestaat,
zoals de tweede lezing ons duidelijk maakte, een leven te leiden "dat
beantwoordt aan de roeping die wij van God ontvangen hebben, in alle
deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend"
tot we allen "één lichaam en één Geest" worden. Het is tot wording van
die eenheid dat de Heer ons nu uitnodigt aan zijn heilige tafel.
Joris Backeljauw o.p.
|
| |