Dominicanen Leuven Zondagspreken
  19 juli - zestiende zondag Afdrukken
 

Lezingen:


Jeremia 23,1-6
Marcus 6,30-34

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Schapen zonder herder


Een druk bezige missionaris in Congo hoorde het ooit zeggen door zijn zwarte vrachtwagenchauffeur: 'Stop! We stappen uit en leggen ons onder die boom daar wat te rusten. Onze ziel moet tijd krijgen om ons in te halen.' Mooier, en ook juister, kun je het niet zeggen. Hoe dikwijls gebeurt het niet dat onze ziel op ons achteroploopt? Lopen en jagen, weken en maanden aan een stuk, soms zonder tijd om rustig te eten. Rust kunnen we niet missen, rust om even tot bezinning te komen. We moeten onze ziel regelmatig de gelegenheid geven om op adem te komen en ons bij te benen

Blijkbaar heeft ook Jezus dat ingezien toen zijn apostelen van hun eerste missietocht terugkwamen en nog altijd door de mensen niet met rust werden gelaten. Hij nam hen mee naar een eenzame plaats om daar alleen te kunnen zijn. In de evangelies staat dat Jezus zelf dat herhaaldelijk heeft gedaan: er op z'n eentje op uittrekken om te gaan bidden. Maar er werd hem weinig rust gegund. Een groeiende menigte mensen ging naar hem op zoek en wist hem altijd weer te vinden, schrijft Marcus. En het raakte hem tot diep in zijn ziel toen hij zag dat ze leken op schapen zonder herder

We kunnen dit onmiddellijk vertalen naar vandaag. Jezus voelt medelijden met ons, we zijn of worden hoe langer hoe meer christenen zonder pastoor. En we kunnen eraan toevoegen: hij voelt medelijden met de pastoors die er nog zijn, want ze zijn als herders met steeds minder schapen. Het wordt stilaan dramatisch

Vandaag spreken we niet gemakkelijk meer over herders in de bijbelse zin van het woord, want wie van ons wil doorgaan voor het schaap van een ander? Parochianen zouden zich beledigd voelen als hun pastoor zou zeggen: 'ik ben uw herder en u bent allemaal mijn schapen.' Misschien hebben we wel ongelijk. In het licht van de bijbelse beeldentaal zien we scherper wat we te licht uit het oog verliezen. Geen enkel mens is een schaap, maar veel mensen, meer misschien dan vroeger, lijken op schapen zonder herder. Wie uit alle drukte vandaan zijn ziel op adem laat komen, zal erdoor geraakt worden als hij hen aan de sukkel ziet. Mensen die het noorden kwijt zijn omdat hun innerlijk kompas ontregeld is. Mensen die in eenzaamheid zitten te verkommeren, die niemand meer vinden die naar hen omziet. Kinderen in gebroken gezinnen die elke houvast kwijt zijn, of nog erger misschien, door hun gescheiden ouders in tegengestelde richtingen worden getrokken. Jongeren die geen leidraad voor hun leven vinden of krijgen, die menen dat ze het allemaal zelf kunnen uitzoeken en dan soms volkomen ten einde raad uit het leven stappen

Wat ik hier wil zeggen, kan ik kort samenvatten. Iedereen heeft herderlijke zorg op zich te nemen voor de mensen hoe dan ook in nood die een stuk van zijn of haar leven delen. Ook het omgekeerde is waar. Wie de tijd neemt om te luisteren naar zijn ziel, zal de vraag horen of hij of zij niet lijkt op een schaap zonder herder en waar hij of zij dan een goede herder, een betrouwbare gids, kan vinden

Er is nog meer te zeggen. Niemand kan ernaast kijken dat de kerk bij ons vandaag bloedt uit de wonden van het zogenaamde priestertekort. Als die wonden niet geheeld worden dreigt de kerk in haar bestaande gestalte er op relatief korte termijn aan dood te bloeden. De toekomst van onze kerk komt in het gedrang. We moeten alles op alles zetten opdat ze niet wordt verkwanseld

Het bloeden van de kerk kan maar doeltreffend gestelpt worden door christenen die bereid en bekwaam zijn een herderschap in de volle bijbelse zin op zich te nemen: zorgen voor de taken die nodig zijn om een gemeenschap van gelovigen goed te doen leven. Christenen dus die metterdaad werk willen maken van een noodzakelijke herdefinitie van het kerkelijke herdersambt. Iedere gelovige, of die nu man of vrouw is, die op deze manier van zijn geloof zijn beroep wil maken, moet daartoe de kans en de nodige (ook financiële) middelen krijgen

Er zijn zulke mensen, er bestaat een reservoir van de verscheiden gaven en capaciteiten die nodig zijn voor de verzorging van het geloof. Mensen met de gave van het woord, mensen met leiderskwaliteiten, mensen die verstand hebben van besturen, mensen die medemensen kunnen bezielen, mensen met bijzondere gaven om te wijden en te zegenen, mensen die begaafd zijn om voor te bidden en bekwaam om anderen te leren bidden

Dat is de richting waarin moet gedacht worden. De richting waarin de smalle opvatting van het priesterschap wordt losgelaten en de weg wordt gevolgd naar een meervoudig priesterschap: een veelheid van verscheiden priesterlijke en zorgende taken die door verschillende mensen, naargelang van hun bijzondere gaven en talenten, worden waargenomen

Het heeft er nog altijd de schijn van dat men van kerkelijke hogerhand blijft aarzelen om consequent in die richting te denken. Maar dat is geen reden om de armen te laten zakken. We moeten er het onze toe bijdragen om een een levenskrachtige kerk te doen voortbestaan. We hebben het al vaker zien gebeuren dat de vitaliteit van het christelijk leven sterker is dan de kerkelijke leer

B.J. De Clercq o.p

 
   Terug