| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 19 juli - zestiende zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Schapen zonder
herder Een druk bezige missionaris in Congo hoorde het ooit
zeggen door zijn zwarte vrachtwagenchauffeur: 'Stop! We stappen uit en
leggen ons onder die boom daar wat te rusten. Onze ziel moet tijd
krijgen om ons in te halen.' Mooier, en ook juister, kun je het niet
zeggen. Hoe dikwijls gebeurt het niet dat onze ziel op ons achteroploopt?
Lopen en jagen, weken en maanden aan een stuk, soms zonder tijd om
rustig te eten. Rust kunnen we niet missen, rust om even tot bezinning
te komen. We moeten onze ziel regelmatig de gelegenheid geven om op adem
te komen en ons bij te benen
Blijkbaar heeft ook Jezus dat ingezien toen zijn
apostelen van hun eerste missietocht terugkwamen en nog altijd door de
mensen niet met rust werden gelaten. Hij nam hen mee naar een eenzame
plaats om daar alleen te kunnen zijn. In de evangelies staat dat Jezus
zelf dat herhaaldelijk heeft gedaan: er op z'n eentje op uittrekken om
te gaan bidden. Maar er werd hem weinig rust gegund. Een groeiende
menigte mensen ging naar hem op zoek en wist hem altijd weer te vinden,
schrijft Marcus. En het raakte hem tot diep in zijn ziel toen hij zag
dat ze leken op schapen zonder herder
We kunnen dit onmiddellijk vertalen naar vandaag.
Jezus voelt medelijden met ons, we zijn of worden hoe langer hoe meer
christenen zonder pastoor. En we kunnen eraan toevoegen: hij voelt
medelijden met de pastoors die er nog zijn, want ze zijn als herders met
steeds minder schapen. Het wordt stilaan dramatisch
Vandaag spreken we niet gemakkelijk meer over herders
in de bijbelse zin van het woord, want wie van ons wil doorgaan voor het
schaap van een ander? Parochianen zouden zich beledigd voelen als hun
pastoor zou zeggen: 'ik ben uw herder en u bent allemaal mijn schapen.'
Misschien hebben we wel ongelijk. In het licht van de bijbelse
beeldentaal zien we scherper wat we te licht uit het oog verliezen. Geen
enkel mens is een schaap, maar veel mensen, meer misschien dan vroeger,
lijken op schapen zonder herder. Wie uit alle drukte vandaan zijn ziel
op adem laat komen, zal erdoor geraakt worden als hij hen aan de sukkel
ziet. Mensen die het noorden kwijt zijn omdat hun innerlijk kompas
ontregeld is. Mensen die in eenzaamheid zitten te verkommeren, die
niemand meer vinden die naar hen omziet. Kinderen in gebroken gezinnen
die elke houvast kwijt zijn, of nog erger misschien, door hun gescheiden
ouders in tegengestelde richtingen worden getrokken. Jongeren die geen
leidraad voor hun leven vinden of krijgen, die menen dat ze het allemaal
zelf kunnen uitzoeken en dan soms volkomen ten einde raad uit het leven
stappen
Wat ik hier wil zeggen, kan ik kort samenvatten.
Iedereen heeft herderlijke zorg op zich te nemen voor de mensen hoe dan
ook in nood die een stuk van zijn of haar leven delen. Ook het
omgekeerde is waar. Wie de tijd neemt om te luisteren naar zijn ziel,
zal de vraag horen of hij of zij niet lijkt op een schaap zonder herder
en waar hij of zij dan een goede herder, een betrouwbare gids, kan
vinden
Er is nog meer te zeggen. Niemand kan ernaast kijken
dat de kerk bij ons vandaag bloedt uit de wonden van het zogenaamde
priestertekort. Als die wonden niet geheeld worden dreigt de kerk in
haar bestaande gestalte er op relatief korte termijn aan dood te bloeden.
De toekomst van onze kerk komt in het gedrang. We moeten alles op alles
zetten opdat ze niet wordt verkwanseld Het bloeden van de kerk kan maar doeltreffend
gestelpt worden door christenen die bereid en bekwaam zijn een
herderschap in de volle bijbelse zin op zich te nemen: zorgen voor de
taken die nodig zijn om een gemeenschap van gelovigen goed te doen leven.
Christenen dus die metterdaad werk willen maken van een noodzakelijke
herdefinitie van het kerkelijke herdersambt. Iedere gelovige, of die nu
man of vrouw is, die op deze manier van zijn geloof zijn beroep wil
maken, moet daartoe de kans en de nodige (ook financiële) middelen
krijgen
Er zijn zulke mensen, er bestaat een reservoir van de
verscheiden gaven en capaciteiten die nodig zijn voor de verzorging van
het geloof. Mensen met de gave van het woord, mensen met
leiderskwaliteiten, mensen die verstand hebben van besturen, mensen die
medemensen kunnen bezielen, mensen met bijzondere gaven om te wijden en
te zegenen, mensen die begaafd zijn om voor te bidden en bekwaam om
anderen te leren bidden
Dat is de richting waarin moet gedacht worden. De
richting waarin de smalle opvatting van het priesterschap wordt
losgelaten en de weg wordt gevolgd naar een meervoudig priesterschap:
een veelheid van verscheiden priesterlijke en zorgende taken die door
verschillende mensen, naargelang van hun bijzondere gaven en talenten,
worden waargenomen
Het heeft er nog altijd de schijn van dat men van
kerkelijke hogerhand blijft aarzelen om consequent in die richting te
denken. Maar dat is geen reden om de armen te laten zakken. We moeten er
het onze toe bijdragen om een een levenskrachtige kerk te doen
voortbestaan. We hebben het al vaker zien gebeuren dat de vitaliteit van
het christelijk leven sterker is dan de kerkelijke leer
B.J. De Clercq o.p
|
| |