Dominicanen Leuven Zondagspreken
  12 juli - vijftiende zondag Afdrukken
 

Lezingen:


Amos 7,12-15
Marcus 6,7-13

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Roeping


‘Amos gaf Amasja, de priester van Bethel, ten antwoord: Ik ben geen profeet of lid van een profetengilde. Ik ben een veehoeder en vijgenkweker. Maar de Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald en het is de Heer, die mij heeft gezegd: Trek als profeet naar mijn volk Israël’.
We horen hier de grondslag voor de echte roeping van een profeet. Wie is geroepen? Wie mag zich ‘geroepen’ noemen? Amos noemt zichzelf geen profeet. Hij heeft zichzelf niet vanuit een verblijf in de woestijn of vanuit een plaats die gunstig zou zijn voor het krijgen van roeping, roeping toegemeten. Hij voelde niet in zichzelf dat hij roeping had. Hij was ook niet lid van een profetengilde. Hij was niet ingetreden in een seminarie of een kloostergemeenschap, om daar zelf zijn roeping tot ontluiking te laten komen. Neen, dat is nog niet een echte roeping. Op een echte roeping bereidt een mens zich niet voor. Hij is met iets heel anders bezig: hij hoedt zijn vee en hij kweekt zijn vijgen. We zouden kunnen zeggen: zonder aan roeping te denken. Maar onverwacht wordt hij door de Heer uit zijn bezigheden weggeroepen.

Die onverwachte roeping van God is natuurlijk geen duidelijk waarneembare stem die van buiten komt of in zijn hart echt hoorbaar is. Vanaf een bepaald moment ervaart hij dat de bezigheid, die hij tot dan toe heeft uitgeoefend, eigenlijk niet zijn eigenlijke levensopdracht is. Hij moet geen vee meer hoeden en geen vijgen meer kweken. God zendt hem om Hem te verkondigen. Het antwoord van Amos tegenover God zouden we kunnen uitdrukken met de woorden, die Luther op de Rijksdag van Worms in 1521 tegenover zijn rechters zou hebben gesproken: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders.’ Hij wist dat zijn komst naar Worms zware gevolgen voor hem kon hebben. Hij zou uit de katholieke kerk kunnen worden uitgesloten. Toch verscheen hij voor zijn rechters, om getuigenis van zijn geloof af te leggen. Hij voelde de opdracht, die in de situatie lag, als een opdracht, die hij moest aanvaarden.

Wat is roeping? Het is een innerlijk gebeuren dat je op een bepaald spoor zet. Als je echt geroepen bent, voel je gaandeweg aan dat de weg, die je in het begin moest in slaan, moet verder gaan. Je moet die weg verder gaan, waar hij je ook naartoe zal leiden. Roeping is een weg leren volgen. Je mag die weg niet zelf willen uitstippelen. De Heer moet die weg bepalen - en die weg kan onverwachte wendingen nemen. Maar je zal wel voelen dat de wendingen wendingen van jouw weg zijn. Ze kunnen je onzeker maken. Maar als je de wendingen waagt te volgen, zal de zekerheid terugkeren.

Is iemand ooit geroepen, om als gehuwde man of vrouw zijn of haar weg te gaan, dan kan die weg onverwachte wendingen nemen. Het kan fundamenteel mis lopen met je vrouw of je man. Wat moet het dan worden met de kinderen, die je samen hebt? Gaan jullie uit elkander, moet de breuk dan definitief zijn? Als de partner na de scheiding ziek wordt, kan je hem of haar dan toch nog helpen, zodat hij- of zijzelf en het gezin nog zoveel mogelijk geborgenheid kan ervaren?

Ben je geroepen tot een leven in beschikbaarheid voor zoveel mogelijk mensen in nood aan relaties: ook hier kan de weg onverwachte wendingen nemen. Het kan voorvallen dat de structuren van de religieuze groepering deze beschikbaarheid belemmeren. Moet je dan in die groep blijven en je beschikbaarheid wegcijferen? Als je echter trouw blijft aan je beschikbaarheid, zal je er de pijn van de isolering moeten bijnemen. Je moet de weg gaan van de openheid voor de beschikbaarheid, om zo mensen te kunnen blijven helpen.

Roeping is een weg leren volgen, niet een afgelijnd ideaal verwerkelijken. Je wordt geroepen naar concrete mensen in relatienood. Laten noch de gehuwde noch de religieus zich van hun weg afleiden. En vragen wij dat de Heer ons daarbij bijstaat.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug