Dominicanen Leuven Zondagspreken
  15 augustus - Maria Hemelvaart Afdrukken
 

Lezingen:

Apocalyps 12,1-10
Lucas 1,39-56

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Viering van de christelijke hoop


In de kapel van de benedictinessen waar mijn tante non woonde stond een beeld van O.-L.-Vrouw met 12 sterren rond haar hoofd en onder haar voeten een halve maan. Daaronder stond een opschrift in het Latijn: 'pulchra ut luna'. Mooi als de maan.
Ik heb dat nooit begrepen.Wat is er nu mooi aan de maan?
Toen ik wat beter thuis geraakte in de bijbel, werd het me duidelijk. Het was een verwijzing naar het visioen dat Johannes volgens het boek der openbaringen heeft gezien.
Een vrouw, bekleed met de zon en de maan aan haar voeten. De christelijke vroomheid heeft daarvan gezegd: Onze-Lieve-Vrouw die in de hemel is opgenomen.
Toch een beetje moeilijk. Zwanger en krijsend in barensnood, in de hemel nog wel.

Om dit te begrijpen moeten we een omweg maken.

Het is wel zeker dat Johannes niet direct aan O.-L-Vrouw heeft gedacht. Hij heeft zijn boek geschreven ongeveer 70 jaar na de dood van Jezus. De eerste uitbarstingen van christenvervolging waren toen al gebeurd in Rome, maar het ergste moest nog komen. Johannes schildert in vreeswekkende beelden de botsing tussen de heersende opvattingen en de kleine groepen christenen als het grote conflict tussen God en de anti-goddelijke, duivelse machten. Het is de strijd van de sterken die met hun staart de sterren van de hemel kunnen vegen en met hun pink de gang van zaken bepalen, tegen de zwakken die weerloos zijn als een vrouw in barensnood. De christenen lijken geen enkele kans tot overleven te hebben. Maar de boodschap van Johannes is dat de onschuld, het kwetsbare, het zwakke, in die strijd niet ten onder zal gaan. Uiteindelijk zal het overwinnen.

Het is een vrouw, zegt Johannes, een machteloze vrouw, die het kwaad in de wereld zal overwinnen. Een vrouw die het uitschreeuwt van pijn in haar barensweeën en die nieuw leven brengt. Zij zal de messias ter wereld brengen. We kunnen begrijpen hoe uit dit beeld de gelovige overtuiging is gegroeid dat Maria, zoals Jezus, na haar dood, met een verheerlijkt lichaam ten hemel is opgenomen. Maar misschien is dat niet het meest essentiële. Het meest essentiële is dat God daarin laat zien dat hij aan de kant van de zwakken en de weerlozen staat. Daar gaat het om: God is anders, hij is anders dan mensen denken dat hij is. Dat zien we als we goed kijken naar wat er staat in het evangelie over Maria en haar nicht Elisabet.

Het is een verhaal dat, zoals zoveel andere in de evangeliën, een totale omkering van de gebruikelijke manieren van denken inhoudt. Lucas begint zijn evangelie met de aankondiging van de geboorte van Johannes. Naar algemene maatstaven waren zijn ouders belangrijke personen. Zijn aankondiging gebeurt in de tempel, terwijl het volk buiten stond te bidden. Maria was een totaal onbekend en onbelangrijk meisje. Haar wordt de komst van Jezus haar zoon aangekondigd in het onooglijke Nazaret, en niemand behalve zij zelf wist ervan. Normaal zou men denken: wie uit Elizabet zal geboren worden en zo plechtig is aangekondigd, is de drager van een nieuwe toekomst. Maar het is net omgekeerd. Het evangelie zet de dingen op hun kop. En Maria zelf doet dat nog eens. Dat is het merkwaardige van het verhaal in het evangelie vandaag. Zij gaat bij Elizabet op bezoek. Elizabet, die heeft het door. Ze reageert verrast: wat gebeurt er nu, dat de toekomstige moeder van mijn Heer bij me op bezoek komt en mij komt dienen?

Ja, zegt Maria, zo is het. En ze zingt haar Magnificat. Mijn hart prijst hoog de heer. Wie dat lied in een andere context dan die van de kerk en de liturgie zou plaatsen, kan er direct een revolutionaire protestsong van maken. De God die door Maria hoog wordt geprezen is een God die de heersers en machthebbers van hun troon stoot en de geringen, de onaanzienlijken die niet meetellen, verheft. Mensen die honger hebben overlaadt hij met gaven, maar de rijken stuurt hij weg met lege handen. Dat is niet min! Je zou voor minder last krijgen met de politie en de staatsveiligheid!

Als we vandaag in deze viering het Magnificat beluisteren en het zelf ook zingen, moeten we het laten klinken als een lied van onwankelbare hoop, van de hoop die, zoals de Franse dichter Péguy heeft gezegd, het kleine zusje van de drie is. Ze geeft de hand aan de twee grote dames geloof en liefde. Maar ze loopt in het midden, ze trekt de twee andere voort. Zonder hoop houden we het geloof en de liefde niet uit.

Als we, getrokken door de hoop, geloven in de verrijzenis, dan durven we het riskeren te sterven om over de dood heen voltooid te kunnen leven. Sterven versta ik dan als volgt: over jezelf heenleven, met jezelf niet al te veel inzitten, leven voor dingen die groter en belangrijker zijn dan jij zelf, voor medemensen. Jezelf zaaien, je laten zaaien, zodat je ooit zult bloeien. Voorgoed. Delen in de heerlijkheid van God. Dat is de hoop die we mogen vieren op dit hoogfeest - het oogstfeest - van het kerkelijk jaar.

B.J. De Clercq o.p.

 
   Terug