| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 2 november - Allerzielen |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
In Gods handen Uit het boek Wijsheid hoorden we voorlezen dat de Heer God aan
zijn uitverkorenen genade schenkt en barmhartigheid, en dat hij waakt over
zijn geliefden. In het evangelie zei Jezus tot Maria, de zus van Lazarus:
‘Wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft
in geloof aan mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?’ God
waakt over zijn geliefden en Jezus zegt: ieder die in mij gelooft zal in
eeuwigheid niet sterven. Onze gestorvenen zijn in Gods handen. Is dat niet
een levensnabije, gelovige omschrijving van een leven over de dood heen?
Is dat niet een gelovige omschrijving van de hemel: onze gestorvenen zijn
in Gods handen? Maar wat betekent dat?
Ik wil bij Theresia van Lisieux enkele gedachten over
de hemel en het leven na de dood bij elkaar brengen. Zij lijkt me
daarover verfrissende ideeën te hebben. Theresia leert ons dat we alle angst voor God moeten
laten varen. Ze zegt: niemand weet of hij rechtvaardige of zondaar is.
Geen enkel mens mag een ander veroordelen. Zelf laat ze haar fouten aan
God over. Ze gaat naar God met de mechanische lift van de genade
en niet langs de harde trap van de vrees voor God. De lift in gebouwen was
een uitvinding van haar tijd. Ze hoopte bovendien dat ze in de hemel de
kans zou krijgen om zich nog met het geluk van ongelukkige mensen op aarde
bezig te blijven houden. Ook daar nog wou ze Gods liefde naar de mensen op
aarde brengen Niet enkel wou zij Gods liefde naar de aarde
brengen, maar ze verlangde ook dat God zijn eigen liefde voor de
anderen in haar hart zou storten, zodat zij met de liefde van God zelf
haar broeders - ook de zondaars en Godloochenaars - zou kunnen beminnen.
Voor hen wou ze dan ook lijden op zich nemen. Want blijkbaar wint men ook
het geluk van mensen door lijden voor hen op zich te nemen. Zij vraagt
zich zelfs af, hoe zij in de hemel gelukkig zou kunnen zijn zonder te
lijden voor anderen. Zeggen ook wij niet, dat we eigenlijk ten diepste van
iemand houden, als we erin slagen voor hem of haar te lijden?
Voor Theresia van Lisieux is de hemel de toestand waar
de mensen door de liefdegloed van God innerlijk worden omgevormd om voor
de mensen op aarde zelfs lijden op zich te kunnen nemen. Nee, de hemel is
geen plaats waar we alleen maar van God genieten. Het leven over de dood
heen is nog een leven voor God en de anderen. Want wij en zij hebben dat
nodig. Vanuit dit vermoeden heeft Theresia van Lisieux ondanks haar
twijfels over hemel en God kunnen standhouden in haar geloof. In de
duisternis bleef God aanwezig.
Wij moeten ons sterker bewust zijn dat God er altijd al
is. Theresia laat God zeggen: ik ben de heiligen - en dat wil zeggen: de
mensen - meer verschuldigd dan het paradijs, meer dan de schatten van mijn
kennis, ik ben hun mijn leven verschuldigd, mijn natuur, mijn eeuwige en
oneindige substantie. Het leven van God en zijn substantie zijn zijn
onverwoestbare liefde voor de mensen, die Hij onvermoeibaar opzoekt en aan
zich probeert te binden. Hij kan niet anders. Hij moet ons bij zich
Wij zijn in de handen van God en van onze gestorvenen,
die uit kracht van God om ons blijven begaan zijn. Jaak
Vandenbulcke o.p. |
| |