| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 28 september - Zesentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Zich bekeren tot een 'ja' "Zich verdiepen in Christus begint met stilte", zegt Bonhoeffer. Al de vier evangelisten verhalen uitvoerig de
tempelreiniging. Als je deze teksten rustig leest, dan moet je
besluiten dat het er niet zacht aan toegegaan is. Door deze brutale daad
van Jezus konden vooral de hogepriesters Jezus bloed wel zien vloeien en
op verschillende manieren hebben ze dan ook geprobeerd Jezus te grijpen om
hem uit de weg te ruimen. Immers door de eredienst, zoals die er toen aan
toeging, te misprijzen en te willen vernietigen zouden de hogepriesters
heel wat inkomsten moeten derven. (Men schat dat 20.000 mensen er direct
profijt uit haalden.) Niet alleen in zijn daden maar ook in zijn woorden kon
Jezus ongemeen scherp zijn. Je moet het maar durven en doen: de kerkelijke
gezagsdragers uitmaken voor huichelaars en wit gekalkte graven (Matteüs
23,27-32) – laten we het eerlijk toegeven – het staat allemaal niet zo
fraai. Jezus moest zeker niet onder doen voor Johannes de Doper die hen
uitmaakte voor addergebroed omdat ze weigerden vruchten voort te brengen
die passen bij bekering (Matteüs 3,7-8).
Voor vee hogepriesters, priesters,
schriftgeleerden en Farizeeën is Jezus zeker een doorn in het oog geweest.
Jezus kon blijkbaar reageren op een brutale en directe
wijze maar ook op een fijnzinnige wijze zoals vandaag in
het evangelie. Door deze gelijkenis te vertellen hoopte Jezus dat een
goede verstaander maar een half woord nodig zouhebben om zijn boodschap te
verstaan en dat de toehoorders voor wie het schoentje paste het zouden
aantrekken. Sinds de tijd van de profeten keken zij en heel het
joodse volk vol verlangen uit naar de Messias die zou komen om hen te
verlossen. Zij beaamden en zegden volop ‘ja’ aan wat er geschreven stond
over de Messias die komen moest, maar wanneer de Messias onder hen aanwezig
was zegden ze ‘neen’. Zij geloofden dat met Johannes de Doper en met Jezus de
messiaanse tijd aangebroken was waar doven hoorden, blinden zagen en aan
armen de blijde boodschap verkondigd werd. Zij geloofden dat God een
barmhartige God is. In Jezus zagen zij Gods barmhartigheid aan het werk.
Daarom waren ze bereid tot inkeer te komen en te werken in de wijngaard
van de Heer. Zij geloofden dat Jezus met gezag sprak, dat hij de Messias
was, de zoon van de levende God. En door dit te geloven werden ze zelf
zonen en dochters van een barmhartige God die hun zwakheid ter hulp kwam.
*
Mensen die waarlijk geloven, erkennen nederig tegenover
God hun beperktheden en zwakheden, maar tevens ervaren ze Gods
barmhartigheid en voelen ze zich door hem aanvaard en weten zich geborgen
bij hem. Ongelovigen kunnen in het beste geval zelfvoldaan groot gaan op
hun goede daden en prestaties, maar uiteindelijk staan ze alleen in het
leven, een leven dat ze stoïcijns dragen of cynisch verdragen, maar dat
steeds eindigt met leegte en zinloosheid.
Elk verhaal dat Jezus vertelt gaat ook over ons.
Vandaag vertelde Jezus ons het verhaal van een vader die twee kinderen
had. De keuze is aan elk van ons. (*) "Als je u niet bekeert en wordt als kinderen, zult
je het rijk der hemelen niet binnengaan" (Mateüs 18,3)
E. Costermans o.p. |
| |