Dominicanen Leuven Zondagspreken
  8 juni  - tiende zondag Rechtstreeks afdrukken
 

Lezingen:

Hosea 6,1.3-6
Matteüs 9,9-13

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Liever barmhartigheid dan offers


"Vroomheid wens ik, geen offergave, liefde voor God meer dan brandoffers" zegt de profeet Hosea, u hebt het gehoord. En Jezus: "Ik wil liever barmhartigheid dan offers".
Wat wordt hier tegenover elkaar gesteld? Dingen en onszelf. Offers zijn materiële dingen die men aanbiedt, maar die onszelf vaak onberoerd laten. Ze kosten ons misschien wel iets, maar ze veranderen niets aan onze eigen persoon. Integendeel, ze dienen vaak om ons geweten te sussen, om ons van onze eigenlijke plicht af te houden.

Een kind valt ons lastig, vraagt onze aandacht, wil een blik, een woordje, een bezig-zijn-met; en we stoppen het een stripverhaal in de handen opdat het ons met rust laat. Op het werk maakt iemand een fout en geeft de opziener een fooi in de handen opdat die zou zwijgen, maar de fout wordt niet hersteld. Een man gaat graag met vrienden naar het voetbal of het uitgangsleven, en koestert zijn echtgenote met een nieuwe jurk.

En zo kunnen we ook God een offertje aanbieden om ons vrij te stellen van wat juist door God gevraagd wordt: nl. onze eigen bekering, onze eigen mentaliteitsverandering, ons eigen binnentreden in Gods nabijheid: de echte vroomheid, waarvan heel Jezus' leven getuigde en die zich - zoals de lezingen ons leren - vertaalt in ‘liefde voor God’ en ‘barmhartigheid’ tegenover de mensen.

En die beide dingen hebben te maken met het hart, met het innerlijke, met de bezieling van de mens. Wie God liefheeft, spreekt Hem aan, gaat met Hem om, laat zich door Hem bekijken en beoordelen, leeft voor zijn aanschijn, in het besef dat hij niets uit zichzelf kan, maar met God alles vermag. Wie barmhartig is, treedt in gesprek met de medemens - ook met degene die aan de kant staat, ook met degene die hij zondig acht. Hij is solidair met alle mensen, zoals Jezus iedereen wilde ontmoeten en zelfs maaltijd hield met tollenaars, tot grote ergernis van de Farizeeën.

Matteüs had dat begrepen. Hij wilde Jezus niet paaien met een of andere milde gift. Maar op Jezus' uitnodiging stond hij op – m.a.w. verliet hij zijn praktijken – en volgde Hem. Later zal Jezus uit zijn volgelingen ook hem kiezen als een van de twaalf apostelen. En als het waar is dat de apostel Matteüs ook de evangelist is die dit verhaal schreef, dan is het tekenend voor hem dat hij zichzelf bij naam noemt, terwijl de andere evangelisten Marcus en Lucas, die dit verhaal ook weergeven, zijn oude naam Levi gebruiken, wellicht om voor de lezers de apostel Matteüs niet met zijn verleden te confronteren. Matteüs zelf wist dat hij niets uit zichzelf kon, maar door God begenadigd was.

Goede vrienden, deze lezingen doen ons de vraag stellen vanuit welke gesteltenis wij deze eucharistie meevieren. Zien we het als een offertje dat we God brengen om onze fouten toe te dekken? Doen we het enkel uit wetsgetrouwheid of uit plichtsbesef? Of zijn we er met ons hart bij en bereid om ons steeds weer te bekeren tot een dieper christelijk leven? Jezus vraagt dat wij hier in communicatie treden met God en met elkander, dat onze liefde tot God hier tot uiting komt en dat die ook een teken is van, en een aanzet tot barmhartigheid jegens de mensen, waarmee wij hier toch zichtbaar gemeenschap willen vormen.

Straks zal ons gezegd worden: ‘Gaat nu allen heen in vrede’. Dat wil zeggen: draag nu dat gevoel van eenheid met God en de mensen, dat je hier hebt opgebouwd, mee in je dagelijkse leven. Want pas met dàt voornemen is onze misviering ècht geweest, hebben we God behaagd, pas dan hebben we werkelijk deel genomen aan het offer van Jezus Christus, die, in zijn volle liefde tot God, zichzelf gegeven heeft voor ons, mensen. Pas dan hebben we begrepen wat Jezus bedoelde met zijn ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’.

Gebed en leven zijn één. Het is God niet om zijn eigen glorie te doen, - die heeft Hij niet nodig, - wat kunnen wij Hem offeren dat we niet van Hem gekregen hebben? - maar om de vrede en het geluk dat Hij ons wil schenken, maar dat Hij, naar zijn eigen wil in respect voor onze vrijheid, maar kan realiseren als wij zijn intenties tot de onze maken en daadwerkelijk gaan medewerken aan die vrede en dat gemeenschappelijk geluk.

Mogen de eucharistievieringen ons telkens meer vertrouwd maken met die goddelijke intenties en onze communie met Jezus ons de daadkracht geven om die intenties om te zetten in een vredeschenkend en gelukbrengend christelijk leven.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug