D


ominicaanse familie Vlaanderen


 
  Werkjaar 2002  
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug
 


Ter gelegenheid van het erfgoedweekeinde in Brugge was de dominicaanse familie op 20 april te gast bij de dominicanessen van Engelendale. De vergadering was belegd om na te kaarten over het thema van haar Gentse ontmoetingsdag: 'Geloven ondersteboven' (zie Dominicaans leven, 2002/1, p. 23-24). De gespreksstof werd geleverd door drie inleidingen. Het gesprek daarover wordt nog voortgezet. We publiceren hier de drie teksten, met de bedoeling dit gesprek te stimuleren.


Rob Moens o.p., Gelovige godservaring

Wat Roger Lenaers in De droom van Nebukadnezar afwijst is een levensvreemde God die buitenstaander blijft, een God die vanuit een boven-wereld onze beneden-wereld als albeheerser zou besturen en helpend of straffend zou ingrijpen in onze kosmos of ons menselijk leven. De moderne mens weet dat de kosmos eigen binnenwereldse krachten, wetmatigheden en toevalligheden volgt. Hij is geen marionet in de handen van God die aan de touwtjes trekt. Hij weet dat hij autonoom in vrijheid zichzelf mag zijn, zijn eigen weg mag gaan en kan gaan, eventueel zonder geloof en godsdienst. Wat is dan een Godservaring en hoe is ze mogelijk? R. Lenaers spreekt van theonomie. God als diepste wezenheid, oergrond, mysterie, van kosmos en mens.

Er moet een menselijke basis zijn voor ons geloof in wie of wat wij God noemen. Anders is ons geloof inderdaad wereldvreemd en is God iets buiten ons en buiten de wereld. Die menselijke basis is in ons een openheid, een gerichtheid, een ontvankelijkheid voor het absoluut TRANSCENDENTE. Voor een alles en iedereen overstijgende werkelijkheid. Voor een mysterie dat niet naast of tussen alle eindige dingen en mensen bestaat, geen onderdeel, geen element is van onze wereld maar IN alle mensen en dingen ervaren wordt en dus niet op ons afkomt vanuit een andere zgn. boven-natuurlijke wereld.
Dat mysterie wordt door ons ervaren in een besef, een weet-hebben-van, een vermoeden, een intuďtie. Deze intuďtie blijft altijd onuitgesproken omdat ze het besef is van een mysterie dat niet manipuleerbaar, niet te beheersen is. Vanuit onze menselijke eindigheid en tijdelijkheid raken we aan oneindigheid en eeuwigheid.

Dat absoluut transcendente mysterie blijft altijd onzichtbaar en verborgen, maar wordt ervaren als IMMANENT: een werkelijkheid IN mensen en dingen, levensbron, dragende grond. Dat mysterie kunnen we god noemen met een kleine g. Zoals Pascal sprak van 'de god van de filosofen'.

Vanuit onze christelijke cultuur en opvoeding, vanuit onze kennis van de openbaring via Kerk en christelijke gemeenschap noemen wij dat mysterie gelovig 'God' met een hoofdletter. Hier maak ik een sprong. Ja, de geloofssprong. Dat mysterie waarop ik stuit, dat zich in mijn leven aandient, is niet iets, maar, zo geloof ik, Iemand. Het is een bovenpersoonlijke God met wie ik in relatie kan treden, en nog wel in een liefdesrelatie van vertrouwen, overgave, inzet enz. Het gaat dan om 'de God van Abraham, Isaak en Jakob' (Pascal). Een levende bovenpersoonlijke God voor levende persoonlijke mensen, een liefhebbende God voor liefhebbende gelovigen.
Het evangelie spreekt over deze immanente transcendente God: "In Hem leven we, bewegen we en zijn we." Augustinus zegt over deze God: "Hij is dichter bij mij dan ik bij mezelf." Lucas schrijft: "Het rijk Gods is niet hier of daar, het is midden onder u (in uw binnenste)." Jezus zelf noemt God 'Abba', lieve vader, hij spreekt over "de Vader in mij en ik in de Vader" en bidt opdat allen zouden één zijn in de Vader zoals hij.

De ene God in allen. De ene allesomvattende God. Theonomie, God in ons, wij in God. Eckhart zal spreken van de 'Godsgeboorte in ons hart', Hadewych en Ruusbroec van het duistere licht in ons.

We kunnen daarom alleen over deze God spreken in metaforen en symbolen. Maar belangrijk is dat wij dat weten! En we weten dit vanuit onze geloofservaring van die Mysterie-God die zich aandient in het diepste diep van mens en kosmos als Schepper en Heiland.

Ik probeer nu dit theonome spreken over God in een beeld te verduidelijken.
Je geeft een video over een familiebijeenkomst. Je bent samen met de familie volop aan het kijken en het genieten van wat je ziet op het scherm. Maar plots... niets meer. De lichtbron is uitgevallen. Er is niets meer te zien. Dan besef je ineens dat de videobeelden er maar zijn dankzij de lichtbron.
God is onze bestaansbron. Zonder Hem bestaan de videobeelden van ons leven niet. Zoals het licht niet buiten de videobeelden is en toch anders dan de beelden, zo is God anders dan mens en wereld maar er ook niet buiten. God geeft ons scheppend het bestaan. Maar de inhoud en de vorm van ons bestaan is ons initiatief, onze creativiteit, onze vrijheid. God wil onze autonomie. Hij schept ons als tegenspelers. God schept ons als medescheppers. Wij zijn geschapen scheppers. Omdat God onze bestaansbron is komt Hij nooit aan de oppervlakte. Hij is en blijft onzichtbaar en verborgen, mysteriehart van de ene Werkelijkheid. God grijpt niet in. Hij doet wat liefde doet. Liefde overweldigt niet, verplettert niet. Ze domineert niet. God bindt ons niet aan Hem, maar Hij blijft wel verbonden. God is lichtbron maar ook lichtbaken.

Voor ons christenen wordt Gods wezen als absolute transcendentie, als absolute goedheid en liefde praktisch menselijk bemiddeld door de levensweg van Jezus Christus. Hij openbaart God als absolute maar gratuďte en kwetsbare liefde. God is zo sterk en zo weerloos als liefde is. God probeert ons te verlokken om onze levensvideo naar het model van Jezus te maken. Jezus die levend beeld van God is, staat model voor onze filmbeelden. Als we ons naar Hem modelleren, is ons leven 'Gods leven in ons'. Ik ben de cineast van mijn levensfilm, maar liefst volgens het script van Gods evangelie.

(Het eerste deel is geďnspireerd door: E.Schillebeeckx, Verlangen naar ultieme levensvervulling, in Tijds. voor Theologie, 2002/1.)

Gerard Braet o.p., Hoe uniek is Jezus Christus?

In de evangelies vind je uitspraken van Jezus die nogal pretentieus lijken. Tegenover Mozes, de onbetwistbare autoriteit van Israëls godsdienst, zegt Jezus: "Jullie hebben gehoord dat tot de ouden gezegd is, maar ik zeg u..."
Denk ook aan de uitspraken: "hier is meer dan Jona; hier is meer dan Salomo." Misschien is nog het strafste dat Jezus zonden vergeeft.
Jezus kent zichzelf een unieke plaats toe in het plan van God met zijn volk. En de eerste christenen hebben dit in hun prediking doorgetrokken: Jezus was dé onovertrefbare openbaring van Godswege. In Hem woont in levende lijve de volheid van God.

Rond die uitspraken dat 'Jezus alleen de ware Redder is' zijn heel wat kritische bedenkingen te maken. Als Christus de enige is die de ware God openbaart, wat dan met Boeddha, Mohammed, Confucius? Zijn zij allemaal in dwaling en moeten ze bestreden en afgewezen worden? Wie daarvan overtuigd is, kiest voor een radicaal exclusivisme: alle andere godsdiensten worden uitgesloten. Tegenover dit exclusivisme staat het inclusivisme.

In de loop van haar geschiedenis heeft de kerk niet echt voor het exclusivisme geopteerd. De heilige Geest is ook buiten de christelijke gemeenschap werkzaam. Het IIe Vaticaans concilie verklaart: "De katholieke Kerk verwerpt niets van datgene wat in andere godsdiensten waar en heilig is. Maar de Kerk blijft verkondigen dat Jezus 'de weg, de waarheid en het leven' is." Het is aan de theologen om uit te zoeken hoe dit precies met elkaar kan verzoend worden. Karl Rahner gebruikte hiervoor de term 'anonieme christenen'. Naast de exclusivisten en inclusivisten heb je nog een derde groep, de meest recente: de pluralistische theologen. Zij nemen geen vrede met het inclusivistisch standpunt. Hierbij zijn een drietal Amerikaanse theologen, van wie Paul Knitter de bekendste is met zijn boek No other Name. Daarin geeft hij een kritisch overzicht van de christelijke houdingen tegenover de wereldgodsdiensten. Wat zijn hun bezwaren tegen het inclusivisme?

- Je kunt niet echt op voet van gelijkheid met andere godsdiensten omgaan als je zelf overtuigd blijft dat jij alleen de waarheid in pacht hebt.
- Je zou eens moeten nagaan hoe die aanspraak op exclusiviteit van Christus in het vroege christendom ontstaan is. Zij komen tot het besluit dat die aanspraak thans geen been meer heeft om op te staan.
- Christenen kunnen maar echt in dialoog gaan met andere godsdiensten als ze de unieke en universele betekenis van Christus achterwege laten.

De niet-christelijke godsdiensten zijn volstrekt evenwaardige wegen om God te leren kennen en het heil te vinden. God werkt in alle godsdiensten op een evenwaardige manier. We moeten goed de essentie voor ogen houden. In alle godsdiensten gaat het om twee zaken: God leren kennen en het heil vinden. Voor de pluralistische theologen staat God centraal en niet Christus, niet de Kerk maar het heil van de mensen. Hun gedachtegoed sluit goed aan bij het hedendaags aanvoelen. Denk maar aan de vragen die leven bij de mensen zoals: zijn alle godsdiensten niet gelijk? En waarom nog missioneren?

Bedenkingen en kritiek op deze pluralistische theologen?

- Zij onderschatten de verschillen tussen de godsdiensten (godsbeeld,mensbeeld, heilsopvattingen enz)
- Hun aanpak is typisch westers ,vooral voor wat betreft hun opvatting van het heil waarover het in de godsdiensten zou moeten gaan.
- Kun je ten volle christen zijn en tegelijk de aanspraken van Jezus zelf relativeren? Breek je dan niet je eigenste identiteit af en vermink je niet de kern van het evangelie zelf?

Bernard De Cock o.p., Inhoud en vorm van ons geloven

Toen ik op mijn achttiende binnenging bij de dominicanen, kreeg ik al vlug in de gaten dat mijn toekomstige spiritualiteit hierin zou bestaan: 'Contemplari et contemplata aliis tradere'. Eerst de boodschap overwegen en je eigen maken en dan hetgeen je overwogen hebt en wat van jou geworden is, aan de anderen overdragen, meedelen. Preken noemt men dat. In deze Ordo Praedicatorum, de orde van de predikbroeders, ben ik zeer lang op zoek geweest naar hoe ik vooreerst de boodschap van het woord, van de bijbel op de meest juiste en vruchtbare manier moest bestuderen en overwegen en dan, vervolgens, concreet moest vertalen voor onze tijd, in onze samenleving, voor de concrete mensen voor wie ik stond. Hoe ik het in mijn eigen leven moest vertalen, verdween dikwijls nogal vlug achter de zorg van 'filosofisch en theologisch verantwoorde actualisering'.
Ik ben er eigenlijk nooit goed uitgekomen, totdat ik in 1988 confrater Albert Nolan heb ontmoet. Eerst in Rixensart, bij mijn Waalse confraters, later in zijn eigen kleine gemeenschap van Zuid-Afrikaanse dominicanen te Johannesburg.
Hun manier van leven en zijn manier van denken hebben me zeer sterk geďnspireerd en een richting van antwoord gewezen. Zonder dat pater Nolan dat wellicht ooit heeft beseft, heeft hij me sterk vooruit geholpen in het vrij en gelukkig worden als gelovige.

Waarover gaat het? Nolan heeft een boek geschreven over de uitdaging van het evangelie in de huidige concrete situatie (men noemt dat de 'context') van Zuid-Afrika. Hij vertrekt van het volgende. Veel christenen zijn ervan overtuigd dat het geloof zélf inhoudelijk altijd hetzelfde blijft doorheen de tijden, maar dat dit blijvende geloof steeds een andere vorm aanneemt, afhankelijk van de concrete situatie van elke tijd en van elke plaats. Dus: hét geloof blijft, maar de vormgeving ervan verandert, naargelang van de cultuur en van de historische situatie.
Pater Nolan draait het om: het is de inhoud van de schrift die telkens verandert, en het is de vorm die dezelfde blijft. Wat wil hij hiermee zeggen? Gewoon dat God, de inhoud, een levende God is, en dat hij dus niet kan vastgepind worden op de oude bijbelverhalen. Hij ontsnapt uit die verhalen. Hij is telkens nieuw, Hij verandert. We mogen God niet vastleggen, maar moeten ruimte laten opdat Hij in onze situatie kan aanwezig komen en wij Hem 'nieuw' mogen ontdekken.
Het onderwerp van ons christelijk bezig zijn en van de verkondiging is dus niet voor de zoveelste keer uitleggen wat de bijbelse verhalen eigenlijk betekenen. Het onderwerp is ons leven en de wijze waarop God daar af- of aanwezig is. Dat is precies de bijbelse inhoud die telkens verandert. De bijbel is enkel belangrijk, in die zin dat we ons eigen leven precies op z'n bijbels moeten bekijken, of anders gezegd: we moeten beginnen onze eigen situatie evangelisch te bekijken. En dat is iets anders dan zomaar de bijbel overal te gaan bijsleuren.

Wat betekent het de situatie waarin wij leven, op een bijbelse manier te bekijken? Met andere woorden: welke is die vorm van de bijbel die altijd, op gelijk welke plaats en in gelijk welke tijd, gelijk moet blijven en ook gelijk moet krijgen? Nolan zegt dat het vooreerst de vorm is van eu-angelion. Goed nieuws. De verkondiging moet dus altijd in de toestand van degene die haar hoort iets verrassend en iets toepasselijks zeggen. Het moet over jou en mij gaan én het moet jou en mij echt opwinden.

'Goed nieuws' bevat drie dingen. Ten eerste maakt goed nieuws ons gelukkig: "if it is really good news we would want to rejoice, to celebrate, to dance on the streets". Ten tweede schakelt goed nieuws iets uit waar we bang voor zijn; het geeft ons op die manier hoop. En ten derde: omdat het hoop geeft voor de toekomst, geeft goed nieuws ook nieuwe energie om de toekomst aan te kunnen.

Het is duidelijk dat veel van wat de kerken als de prediking van het evangelie presenteren, het volgens deze criteria niet is. Hoe vaak komen mensen feestelijk, hoopvol en met nieuwe energie uit de kerk? Maar de verkondiging moet niet alleen goed nieuws zijn. Het hoort ook bij de altijd gelijk blijvende vorm van het evangelie dat het conflict oproept. Wat goed nieuws is voor de één is altijd slecht nieuws voor de ander. Dat was met de boodschap van Jezus ook zo, anders zou hij nooit zijn gekruisigd.
De eigenlijke oorzaak van de crisis in het christendom is dat wij angst hebben voor het conflict. We willen een boodschap verkondigen die iedereen onmiddellijk als goed nieuws kan aanvaarden. We verzwakken de harde evangelische eisen opdat niemand zich geviseerd zou voelen. Maar daarmee zagen we de tak af waarop we zelf zitten. Wie geen ruzie wil, praat in vage algemeenheden. We zeggen dan dingen die niemand afschrikken, maar die terzelfder tijd ook niemand iets kunnen schelen. Een dergelijke boodschap is geen nieuws, en zeker geen goed nieuws. Zo’n boodschap is overbodig. Wil het christelijk geloof weer iets te zeggen hebben, dan moeten wij als christenen onze angst afleggen. In de conflicten van de tijd en de plaats waarin wij leven, moeten we Gods partijdige aanwezigheid en Gods handelen durven aan te wijzen.

Theoloog Nolan zélf doet dit in de context van zijn geliefd Zuid-Afrika. Ik wil dit doen in de context van mijn leven. Ik wil mij integendeel de vraag stellen: wat is goed nieuws voor mij, hier en nu? Waar vind ik de bevrijdende God die in mij leeft en handelt, zoals Hij ook vroeger bevrijdend opgetreden heeft, zo mooi beschreven in de bijbel en in de ervaring van zovele generaties gelovigen?