Welkom, beste mensen, op deze vierde zondag van de vasten.
Halfvasten, want de 40-dagentijd is inderdaad al halfweg
God wil ons de ogen openen
opdat wij Hem met nieuwe ogen zouden zien
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Openingswoord
Ons herbronnen, onszelf kritisch bekijken...
daarbij kan het verhaal over de genezing van een
blindgeborene
ons van dienst zijn.
In dat verhaal voert de evangelist verschillende
personages ten tonele.
Aan ons de vraag: in wie herkennen wij ons het best:
in de blindgeborene?
in de buren en omstandersvoor wie dat wonder een dankbaar onderwerp is
voor oppervlakkig onderling geklets?
of in de Farizeeën
die van zichzelf vinden dat ze alles afweten van
geloof en moraal
en verketteren wat niet in hun straatje past.
Als we in die spiegel
eerlijk en gewetensvol naar onszelf kijken,
en onszelf zien staan in het verkeerde gezelschap,
doen we er goed aan
dit biddend samenzijn te beginnen
met de Heer en elkaar om vergeving te vragen.
Vergevingsmoment
Met één enkel woord, gebaar of blik een ander kraken of
kleineren,
is zo gebeurd.
Voor zoveel kleinmenselijkheid,
Heer, ontferm U over ons.
Plastiek, sigarettenpeuken, afval van een picnic
achterlaten in het bos of op het strand,
is zo gebeurd.
Voor zo weinig respect voor uw natuur,
Christus, ontferm U over ons.
Het wonder van een nieuwe lente,
de pracht van een bloem, overvloedig water uit de
kraan,
het is zo vanzelfsprekend.
Voor zoveel achteloosheid,
Heer, ontferm U over ons.
Openingsgebed 1
Heer, onze God,
Gij wilt dat wij mensen van het licht zijn
op wie de duisternis geen vat heeft.
Genees ons van onze blindheid
voor pijn en leed in mensen rondom ons,
blindheid voor al wat in onze wereld misloopt
en mensen kapot maakt – ook letterlijk.
Zeg ook tegen ons:
‘Effata’, ga open
en doe ons wegen zien
die leiden naar huizen van eenheid,
naar dorpen van vrede,
naar steden van gerechtigheid.
Openingsgebed 2
Wij bidden U, God,
open onze ogen en geef ons licht
om méér te zien dan alleen maar het oppervlakkige,
om dieper te zien dan alleen maar de buitenkant,
om in te zien, waar het in feite om gaat in ons leven.
Wij vragen het U, in naam van Jezus, uw Zoon en ons
voorbeeld. Amen.
Lezingen [Efesiërs 5,8-14; Johannes
9,1.6-9.13-17.34-38]
Laat ons samen luisteren naar de woorden uit de
Schrift.
Eerste lezing (1 Samuël 16,1b.6-7,10-13a)
Uit het eerst boek Samuël
1
De Heer sprak tot Samuël:
Vul een hoorn met olie:
Ik zend u naar Isaï de Betlehemiet,
want een van zijn zonen heb Ik voor het koningschap
bestemd.'
6 Toen zij aankwamen, viel zijn blik op Eliab
en hij dacht:
`Die daar voor de Heer staat is ongetwijfeld zijn
gezalfde!'
7 Maar de Heer zei tegen Samuël:
`Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige
gestalte; hem wil Ik niet.
Want God ziet niet zoals een mens ziet;
een mens kijkt naar het uiterlijk,
maar de Heer kijkt naar het hart.'
10 Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan
Samuël voor,
maar Samuël zei tegen Isaï:
`Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.'
11 Daarop vroeg hij aan Isaï: `Zijn dat al uw
jongens?'
Hij antwoordde:
`Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen.'
Toen zei Samuël tegen Isaï:
`Laat die dan halen, want we gaan niet aan tafel
voordat hij hier is.'
12 Isaï liet hem dus halen.
De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig
voorkomen.
Nu zei de Heer: `Hem moet u zalven: hij is het.'
13 Samuël nam dus de hoorn met olie
en zalfde hem te midden van zijn broers.
Vanaf die dag was de geest van de Heer over David.
Geloofsbelijdenis
Ik geloof in God zoals een blinde gelooft in de zon,
niet omdat hij ze ziet,
maar omdat hij ze voelt.
Ik geloof in Jezus, niet alleen omdat Hij hoopvolle
woorden sprak,
maar omdat Hij doorheen lijden en dood
de Weg, de Waarheid en het Leven is.
Ik geloof in de heilige Geest.
Geest van toekomst en hoop voor elke mens
die zijn weg gaat en met een hoopvol perspectief durft
leven.
Ik geloof in de verrijzenis zoals ik geloof in de lente
wanneer ik de bloesems zie.
Tenslotte geloof ik dat echt mens worden mogelijk is,
als wij een gemeenschap van liefde vormen. Amen.
Voorbeden 1
Naast dit brood en deze wijn, en naast uw gaven,
leggen we ook de intenties neer waarvoor we God
persoonlijk willen bidden.
- Bidden wij voor wie licht brengen waar het donker is,
die getuigen van leven dat sterker is dan de dood;
dat zij zich niet laten ontmoedigen
maar inspiratie blijven putten
uit de Geest Gods die waait waar Hij wil.
Laten wij bidden…
- Bidden wij voor diegenen in ons midden die zich,
als kleine moderne profeten,
onvermoeibaar inzetten om ons te doen inzien
dat wij niet leven zoals het hoort,
dat de wereld nog lang niet
die eerlijk bewoonde en gedeelde aarde is, waarvan God
droomt.
Laten wij bidden…
- Bidden wij voor hen die verantwoordelijkheid dragen
in de Kerk:
dat zij luisteren naar wat leeft onder de mensen
in wiens dienst zij staan;
dat zij het nodige respect weten op te brengen
voor de eigenheid van eenieder;
dat zij mensen bemoedigen en zoekend geloven
stimuleren.
Laten wij bidden…
Voorbeden 2
- Bidden wij voor de Kerken van Christus:
dat zij vóór alles eraan zouden denken licht te zijn
voor de wereld:
dat ze zouden openstaan voor de werking van de Geest
en nooit mensen zouden opofferen aan wetten en
voorschriften.
Dat ze dus meer van de blindgeborene zouden hebben,
dan van de Farizeeën, die zomaar blind oordelen.
Laten wij bidden…
- Bidden wij voor mensen die leven
in de duisternis van oorlog en onderdrukking,
voor hen die leven in de duisternis van honger en
uitbuiting:
dat ze een hart onder de riem mogen krijgen
omdat andere mensen, organisaties en regeringen opkomen
voor gerechtigheid, vrede en broederlijk delen.
Laten wij bidden…
- Bidden wij voor blinden en slechtzienden,
die de kleuren, het licht en de schoonheid van de
schepping niet zien.
Bidden wij ook voor hen die voor slechtzienden zorgen.
Laten wij bidden…
- Bidden wij voor alle mensen,
die de richting in hun leven zijn kwijtgeraakt
en tastend op zoek zijn naar God:
dat Hij hen, via medemensen,
op de schouder mag tikken en liefdevol aanraken.
Laten wij bidden…
Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart
ligt, bidden wij:
Gebed over de gaven 1
God, Gastheer van alle mensen,
en overal aanwezig waar gastvrijheid is,
leer ons dat het goed is
dat allen genieten van de overvloed die Gij geschapen
hebt.
Leer ons ook dat wij die met elkaar moeten delen
zoals Gij U in deze beker en in dit brood
wilt delen aan ieder van ons.
Laat ons, in al wat wij geven en ontvangen,
uw vrijgevigheid herkennen
vandaag en al onze dagen. Amen.
Gebed over de gaven 2
God en Vader, wij zijn vaak onhandig.
Wij willen het wel goed doen,
maar door onze onmacht mislukt het vaak.
Geef ons licht en inzicht,
open onze ogen,
genees onze blindheid,
zodat wij brood en wijn voor elkaar zijn,
zoals Jezus het ons voordeed. Amen.
Tafelgebed
Wij danken U, God,
om de wondere wegen
die mensen voor elkaar kunnen zijn,
voor allen die Gij gezonden hebt
om de weg te wijzen doorheen het leven,
voor uw uitnodiging om,
doorheen tekort en onvolkomenheid,
te werken aan de mens en zijn wereld.
Wij danken U om uw aanwezigheid
in goede en kwade dagen,
om de hoop en de toekomst die Gij zijt.
Wij danken U om de mens Jezus,
die ons voorgaat en nabij blijft
en wiens Geest kracht is om te leven.
Daarom willen wij U danken, God,
samen met al wat bestaat
op aarde en in de hemel.
Heilig, heilig, heilig...
Heer onze God,
Gij zijt heilig en goed,
Gij hebt onze namen geschreven in uw hand.
Geen mens zult gij vergeten
dank zij Jezus Christus, de Zoon van uw genade,
die Gij hebt uitgezonden
om tranen te drogen
van mensen die geslagen zijn,
om het hart te helen
van mensen die gebroken zijn,
om brood te worden voor vandaag
en vrede zelf te zijn.
Wij danken U
omdat Gij ons ruimte geeft en vrijheid schept
voor heel ons leven, ten einde toe.
Want in de nacht dat Hij zijn leven gaf
nam hij brood in zijn handen,
Hij zegende en brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:
"Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt."
Ook nam Hij de beker, zegende hem,
en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden:
"Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken."
Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:
Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.
Heer onze God,
zo gedenken wij Hem
die weet wat lijden is
en de dood heeft gezien;
die Gij hebt opgewekt
en een naam gegeven hebt
hoog boven alle namen:
Jezus de Heer is Hij,
die is en blijven zal, uw rechterhand.
Door deze beker en door dit brood dat wordt gedeeld
verkondigen wij Hem totdat Hij komt.
Wij bidden U,
zend ons uw Geest,
die over deze aarde gaat
en maak ons tot een volk
dat recht doet om gerechtigheid;
maak leven en welzijn
toch groter dan oorlog en dood;
laat ons mensen zijn
die woningen bouwen voor uw stad van vrede
en breng ons thuis bij U.
Dan zal uw naam geheiligd zijn op aarde,
en uw koninkrijk zal komen door Hem en met Hem,
met uw Geest tot in eeuwigheid. Amen.
Onze Vader
Openen wij onze ogen
zodat we zien dat de Vader ons barmhartig nabij wil
zijn.
Openen wij onze handen zodat Hij ons bij de hand kan
nemen.
En bidden wij samen de woorden
die Jezus zo nauw aan het hart lagen:
Onze Vader,…
Vader, genees onze blindheid
en richt onze ogen op U en op elkaar.
Doe ons inzien
waardoor vrede in onze wereld geblokkeerd wordt.
Leer ons uw weg gaan van vrede en rechtvaardigheid,
van eenheid, en solidariteit met de zwakken.
Dan zullen wij samen kunnen uitkijken
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon
Want van U is het koninkrijk…
Vredewens
Beziel ons met uw Geest van barmhartigheid
en van respect voor allen.
Zolang wij met de goederen van deze wereld
geen goede wereld maken
kan uw vrede zich niet vestigen onder ons.
Als wij ons laten begeesteren door uw Geest
kunnen wij de hopelozen
een boodschap van hoop aanbieden,
uw boodschap van vrede en solidariteit.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij die boodschap van vrede en solidariteit
aan elkaar door.
Lam Gods
Communie
Vijf broden, twee vissen,
en Hij brak ze
en deelde,
deelde tot allen verzadigd waren.
Wie dorst heeft, hij kome tot Mij
en Ik zal hem te drinken geven.
Gelukkig wij die genodigd zijn aan de maaltijd die de
Heer heeft bereid.
Heer, ik ben niet waardig…
Bezinning 1
Als je voelt
dat je vastroest
in een patroon
van ieder voor zich
en verstrikt raakt
in een woestijn
van hebben en houden,
durf dan
de woestijn door:
stap voor stap
de weg van mensen
opnieuw gaan...
vragen stellen
bij je doen en laten,
je heroriënteren
met een ander kompas
in de hand...
stil houden
bij een vergeten bron
om je andere ik
en die andere mens
als tochtgenoot te treffen...
verder gaan
met mensen
en omwille van mensen
weer mens worden aan elkaar.
En zakt de moed
je in de schoenen,
haak dan niet af,
vrees niet,
want bij elke exodus
is de Heer met jou.